Managementboekgids

Onderhandelen

Onderhandel voor jezélf

Zichtbaar en zelfverzekerd op je doel af (mannen ook)

Christ'l Dullaert · Boom · 2026 · 160 pagina's

Bespreking door Erik van der Veen · Gepubliceerd

Cover van Onderhandel voor jezélf
Bekijk bij Managementboek.nl

Partnerlink. Jij betaalt niets extra.

In het kort

Onderhandel voor jezélf laat zien hoe alledaagse keuzes over zichtbaarheid, invloed en taakverdeling bepalen hoeveel onderhandelruimte je uiteindelijk hebt. Christ'l Dullaert vertaalt de Harvard-onderhandelmethode naar situaties waar veel vrouwen, en niet alleen vrouwen, hun onderhandeling verliezen voordat het gesprek is begonnen: bij de gastvrouwrol op vergaderingen, het opnieuw aannemen van een klus 'omdat niemand anders het doet', of het salarisgesprek dat je een halfjaar te lang uitstelt.

Ons oordeel in het kort

Beoordeling
8.5/10
Beste voor
Vrouwelijke professionals die merken dat ze in vergaderingen, projecten of salarisgesprekken structureel minder ruimte krijgen dan mannelijke collega's met vergelijkbare inbreng
Sla over als
Lezers die op zoek zijn naar een macro-analytisch werk over gender pay gap, arbeidseconomie of institutionele discriminatie

De kern

"Onderhandelen begint niet aan tafel, maar bij de dagelijkse keuzes die je zichtbaarheid, tijd en positie bepalen. Wie zich onzichtbaar maakt in het klein, houdt zichzelf klein aan de onderhandeltafel."

De belangrijkste lessen

  1. 1

    Onderhandelen begint bij de dagelijkse keuzes

    De belangrijkste onderhandelingen worden niet aan tafel gevoerd maar in kleine momenten daarvoor: wie neemt de notulen, wie regelt de koffie, wie zegt ja tegen de klus die zichtbaar niemand wil. Elke keer dat je die keuze automatisch neemt zonder afspraak, versmalt je onderhandelruimte voor het salarisgesprek van later.

  2. 2

    Zichtbaarheid is geen ijdelheid, het is een werkvereiste

    Wie zijn werk niet zichtbaar maakt voor de mensen die erover beslissen, wordt niet beoordeeld op wat hij doet maar op wat men denkt dat hij doet. Zichtbaarheid organiseren is geen zelfpromotie, het is basaal beroepsonderhoud, en het is aanleerbaar zonder dat je aan jezelf voorbij hoeft te lopen.

  3. 3

    Onderhandel voor jezelf, niet alleen namens anderen

    Veel professionals onderhandelen prima voor hun team, hun klant of hun organisatie, maar bevriezen als ze het voor zichzelf moeten doen. Dullaert laat zien dat de skill dezelfde is en dat het schuurt op mentale drempels, niet op vaardigheden.

  4. 4

    Ken de belangen achter jouw eigen 'ja'

    Vaak zeg je ja omdat je vermoedt dat een nee sociaal duur is, niet omdat het inhoudelijk de juiste keuze is. Wie zijn eigen belangen serieus neemt, ontdekt dat een goed onderbouwde nee zelden de relatie schaadt en vaak juist versterkt.

  5. 5

    Vraag drie keer wat je waard bent voordat je iets vraagt

    In salaris-, tarief- en promotiegesprekken bepaalt je referentie de uitkomst. Zoek marktdata, spreek met mensen in vergelijkbare posities en check je bod met minstens drie bronnen voordat je een getal noemt. Anders onderhandelt de ander tegen jouw twijfel, niet tegen jouw feiten.

  6. 6

    Zorg dat 'onzichtbaar werk' zichtbaar wordt

    Werk dat een organisatie draaiend houdt (mentoring, coördinatie, sociale gladheid) verdwijnt vaak van functionerings- en promotielijstjes. Wie dit werk levert zonder het te benoemen, wordt beloond met méér van hetzelfde en minder van wat wél doortelt. Maak het zichtbaar door het benoemen, tellen en toewijzen.

  7. 7

    Onderhandelen is een oefening in zelfregie

    De Harvard-methode is technisch niet moeilijk, maar hem in het moment volhouden wel. Wie zichzelf niet toestaat om ongemakkelijke stiltes te laten vallen of ongemakkelijke waarheden te benoemen, glijdt terug in accommodatie. Zelfregie leer je door herhaling, niet door begrip.

Waar gaat dit boek over?

De meeste onderhandelboeken beginnen aan de tafel. Onderhandel voor jezélf begint een dag, een week of soms een jaar eerder. Christ'l Dullaert bouwt een compact betoog op rond één centrale observatie: veel vrouwen, en veel professionals in het algemeen, verliezen hun onderhandeling voordat het formele gesprek is begonnen. Niet omdat ze de technieken niet kennen, maar omdat ze in de honderd kleine keuzes daarvoor hun eigen positie al versmald hebben.

Wie in vergaderingen structureel de notulen aanbiedt, wie het opnieuw gastvrouw-werk oppakt, wie zonder mopperen extra taken accepteert die niemand ziet, en wie tegelijk zijn eigen prestaties niet in beeld brengt, staat aan de onderhandeltafel met een zwakke uitgangspositie. Niet omdat de tegenpartij dat zo wil, maar omdat de bewijsvoering die telt in salaris- en promotiebeslissingen is opgebouwd uit zichtbaar werk. Onzichtbaar werk telt bijna nergens mee.

Dat maakt het boek in eerste instantie een gids voor vrouwen. Dullaert werkt al twintig jaar met vrouwelijke leiderschapsprogramma's en de casuïstiek is daaruit gedistilleerd: het bereidwillige overnemen, het uitgestelde salarisgesprek, de mentorrol die niemand vergoedt maar iedereen verwacht. Maar de ondertitel is geen slogan. Het boek is expliciet ook geschreven voor mannen, om te zien wat er in hun teams gebeurt en welke gewoontes ze zelf onbewust in stand houden.

Het conceptuele fundament komt uit de Harvard-onderhandelmethode van Fisher en Ury: scheid de mens van het probleem, focus op belangen in plaats van standpunten, bedenk opties voor wederzijds voordeel, gebruik objectieve criteria. Dullaert kent die methode van binnenuit, ze werkte in New York aan het Project on Negotiation van Harvard Law School. Maar ze past de principes toe op de laag waar veel onderhandelboeken juist niet komen: de dagelijkse werkomgeving waar de meeste onderhandelruimte wordt gemaakt of verloren.

Over de auteur

Christ'l Dullaert is jurist en rechtsfilosoof. Ze combineert een academische onderhandelachtergrond met een lange praktijk als trainer en coach, in Nederland en internationaal.

Haar Harvard-connectie is niet decoratief. Dullaert werkte in New York aan het Project on Negotiation aan Harvard Law School, het instituut waar Roger Fisher en William Ury Getting to Yes schreven en waar de moderne onderhandelacademie in de jaren '80 haar wetenschappelijke basis kreeg. Wie in dat milieu heeft gewerkt, kent de methode niet uit een samenvatting maar uit de brontekst, met alle nuances die in populariserende vertalingen wegvallen.

Daarnaast is Dullaert al meer dan twintig jaar trainer in vrouwelijke leiderschapsprogramma's. Ze werkt onder andere in Nederland en in het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA-regio). Die praktijk is belangrijk, ze schrijft niet vanuit een puur Westerse of Amerikaanse aanname over gender op de werkvloer, maar heeft gezien hoe onderhandeldynamiek verschilt tussen contexten waar ze op het eerste gezicht ver uiteenlopen en op het tweede vaak dezelfde onderstromen kennen.

Ze is naast dit boek betrokken bij onder meer OSR (opleidingsinstituut voor de juridische en fiscale beroepen) en heeft eerder boeken geschreven over de rol van de advocaat en de patroon in de advocatuur. Die achtergrond, jurist die trainer werd en publiceert over professionele identiteit, verklaart waarom haar toon zowel scherp analytisch is als praktisch instructief, zonder ooit ronddraaiend te worden in de theorie.

Het Harvard-fundament, in het kort

Voor lezers die de Harvard-methode niet kennen, of die de essentie ergens tussen andere onderhandelboeken door zijn kwijtgeraakt, hier de vier pijlers. Dullaert werkt ze niet academisch uit, maar elke les in het boek staat erop:

  1. Scheid de mens van het probleem. De relatie is iets anders dan de inhoud. Zacht op de persoon, hard op het probleem.
  2. Focus op belangen, niet op standpunten. Wat iemand zegt te willen is zelden waarom hij het wil. Onder een standpunt schuilt altijd een belang.
  3. Bedenk opties voor gezamenlijk voordeel. Elke onderhandeling heeft meer oplossingsruimte dan partijen aan het begin vermoeden. Zoek die ruimte op.
  4. Gebruik objectieve criteria. Toetsbare standaarden (marktdata, branchenormen, precedenten) halen het gesprek uit ego en macht.

De originaliteit van Onderhandel voor jezélf zit niet in deze principes, maar in de manier waarop Dullaert ze toepast op momenten die veel Harvard-materiaal overslaat: het intake-gesprek voor een nieuwe rol, de vergadering waar taken worden verdeeld, het informele koffie-moment waarin een baas 'even iets vraagt'. Precies daar wordt zichtbaarheid en positie gemaakt of verloren.

De zeven kernlessen uitgewerkt

Les 1, Onderhandelen begint bij de dagelijkse keuzes

De centrale claim van het boek is contra-intuïtief: de belangrijkste onderhandelingen zijn niet de gesprekken die op je agenda staan, maar de tientallen kleine momenten die je niet als onderhandeling herkent. Wie neemt de notulen? Wie regelt vanzelf de bloemen voor een collega die met pensioen gaat? Wie zegt "ik doe het wel" als een klus valt die niemand wil? Wie zegt in een vergadering iets, en wie zwijgt terwijl een minder doordacht idee de zaal krijgt?

Elk van deze micro-momenten is een onderhandeling zonder tafel. De aannames die je in stilte accepteert, worden gewoontes. De gewoontes worden verwachtingen. De verwachtingen worden aannames die je collega's, je manager en jij zelf niet meer bevragen. En op het moment dat er echt onderhandeld moet worden, over salaris, promotie, opleidingsbudget, is je uitgangspositie al bepaald door twaalf maanden ongemerkte keuzes.

Dullaert benoemt dit als de compounding negotiation: onderhandelingsruimte werkt als rente, alleen dan omgekeerd. Elke keer dat je zonder afspraak "even" iets extra oppakt, bouw je een klein verlies op. Na een jaar heb je een significant tekort aan zichtbaarheid en positie, ook al is elke afzonderlijke beslissing verwaarloosbaar geweest.

Oefening. Houd één week bij hoe vaak je ongevraagd ja hebt gezegd tegen iets dat niet in je functieomschrijving stond. Categorien: notulen/coördinatie, sociale/emotionele opvang, technische reddingsacties, extern representatiewerk. De patronen die je ziet, zijn je uitgangspositie voor je volgende serieuze onderhandeling.

Les 2, Zichtbaarheid is geen ijdelheid, het is een werkvereiste

Er zit een cultureel taboe op zelfpromotie, zeker in de Nederlandse en Vlaamse werkcultuur, en zeker voor vrouwen. "Doe maar gewoon" is een deugd, "zich op de borst kloppen" een zwakke plek. Het probleem met die norm is niet dat hij verkeerd is, maar dat hij asymmetrisch werkt. Mannelijke collega's overtreden hem gemiddeld iets vaker en worden er iets minder op afgerekend. Vrouwelijke collega's houden hem strikter aan en betalen de rekening in onzichtbaarheid.

Dullaert wil niet dat je verandert in een zelfverheerlijker. Ze wil dat je zichtbaarheid herdefinieert als een basale werkvereiste. Wie zijn werk niet zichtbaar maakt voor de mensen die erover beslissen, wordt niet beoordeeld op wat hij doet, maar op wat men denkt dat hij doet. Dat is een lot dat je niet aan lot moet overlaten.

De praktische kant: zichtbaarheid organiseren kan zonder dat je aan jezelf voorbij hoeft te lopen. Voorbeelden:

  • Een korte, feitelijke update per twee weken naar je manager: wat is klaar, wat loopt, waar zit vast
  • Vermeld je bijdrage in een e-mail als je een succes deelt, ook als een team het heeft gedaan
  • Zorg dat je op je eigen LinkedIn duidelijk staat wat je hebt gedaan, niet alleen wat je functie is
  • Neem in evaluatiegesprekken je eigen agenda mee, niet alleen de agenda van je manager

De achtergrond. Onzichtbaarheid is geen persoonlijke bescheidenheid, het is een carrièreverlies dat je jezelf oplegt.

Les 3, Onderhandel voor jezelf, niet alleen namens anderen

Een van Dullaerts scherpste observaties is dat veel professionals uitstekend onderhandelen zolang ze het namens anderen doen: voor hun team, voor hun klant, voor hun organisatie. Ze zijn taai, feitelijk, doortastend. Zodra ze het voor zichzelf moeten doen, verandert de toon. Ze relativeren, verontschuldigen, gaan sneller mee met de tegenpartij, ronden een half getal naar beneden af.

De skill is dezelfde. Wat verschilt, is het interne vergunningssysteem. Voor anderen opkomen voelt legitiem. Voor jezelf opkomen voelt hebzuchtig. Die asymmetrie is niet aangeboren, ze is aangeleerd, en meestal versterkt door jarenlange sociale bevestiging: mensen die veel voor zichzelf opkomen worden 'moeilijk' genoemd, mensen die zich wegcijferen 'aardig' of 'teamgericht'.

De therapeutische opdracht die het boek stelt: behandel jezelf als je belangrijkste klant. Zou je een klant met deze onderhandelvoorbereiding het gesprek in sturen? Zou je een teamlid dit slechte bod laten accepteren zonder na te vragen? Als het antwoord nee is, waarom accepteer je het dan zelf?

Les 4, Ken de belangen achter jouw eigen 'ja'

Ja zeggen is vaak eenvoudiger dan nee zeggen, en meestal wordt dat verklaard als beleefdheid of teamgeest. Dullaert wil dat je een laag dieper kijkt. Waarom zeg je ja? De echte belangen achter een gemakkelijke ja zijn zelden edel:

  • Angst om als moeilijk gezien te worden (sociale kosten van nee zeggen)
  • Angst om een kans te missen (als ik nee zeg, ga het naar iemand anders)
  • Behoefte aan bevestiging (als ik dit doe, waardeert men me)
  • Vermijden van conflict (ja is makkelijker dan onderhandelen)
  • Onvermogen om het alternatief scherp te maken ('ja' is een default, 'nee met tegenvoorstel' vereist voorbereiding)

Zodra je je eigen ja-belangen kunt benoemen, verlies je hun automatisme. Je kunt nog steeds ja zeggen, maar dan als bewuste keuze in plaats van als reflex.

De oefening. Voor elke belangrijke ja: schrijf op wat je werkelijke reden was. Was het inhoudelijk de juiste keuze? Of was het angst voor de sociale kosten van nee? Als het tweede structureel het geval is, is je grens aan het schuiven zonder dat jij dat wilt.

Les 5, Vraag drie keer wat je waard bent voordat je iets vraagt

Bij salaris-, tarief- en promotiegesprekken is de kwaliteit van je bod een functie van de kwaliteit van je referentie. Wie zonder marktdata een getal noemt, onderhandelt tegen zijn eigen twijfel. Wie met drie onafhankelijke referenties komt, verplaatst het gesprek van "wat vraag jij?" naar "wat is redelijk?".

De praktische regel die Dullaert aanbeveelt:

  1. Zoek marktdata. Salarisbenchmarks, cao-tabellen, tarief-onderzoeken, publieke jaarverslagen als je in een sector zit waar dat kan.
  2. Spreek met minstens twee mensen in vergelijkbare posities die je vertrouwt genoeg om over geld te praten. Discretie is de enige reden dat markttransparantie zo slecht werkt.
  3. Check je bod met een derde bron: een recruiter, een branchevereniging, een mentor die de sector kent. Een bod dat drie bronnen ondersteunen kun je zonder aarzelen uitspreken.

De regel achter de regel: onderhandel niet tegen jouw twijfel, onderhandel met jouw feiten. Als je een getal noemt waar je zelf niet zeker van bent, hoort de ander de aarzeling en past zijn bod daarop aan.

Extra tip. Noem het getal eerst, laat dan een stilte vallen. De verleiding om jezelf meteen te ontkrachten ("maar ik snap dat dat misschien te hoog is...") is zo groot dat mensen zichzelf al onderhandelen naar beneden voordat de tegenpartij één woord heeft gezegd. Adem twee seconden, laat de ander reageren.

Les 6, Zorg dat 'onzichtbaar werk' zichtbaar wordt

Onzichtbaar werk is werk dat een organisatie draaiend houdt maar niet in functieomschrijvingen, KPI's of promotielijstjes voorkomt. Voorbeelden: nieuwe collega's inwerken, sociale conflicten bijleggen, taart voor verjaardagen regelen, klanten opvangen als collega's ziek zijn, protocollen bijhouden die niemand als hoofdverantwoordelijkheid heeft. Studies laten al twintig jaar zien dat dit werk disproportioneel bij vrouwen terechtkomt, en disproportioneel niet meetelt.

Het probleem is niet dat het werk gedaan wordt, dat is vaak nodig. Het probleem is dat het gedaan wordt zonder erkenning. En zonder erkenning wordt het beloond met méér van hetzelfde, en minder van de zichtbare projecten die tot promotie leiden.

Dullaerts drieluik voor het zichtbaar maken:

  • Benoemen. Zeg wat je doet. "Ik heb Sanne dit kwartaal ingewerkt, ongeveer vier uur per week." Concreet, feitelijk, zonder klaagtoon.
  • Tellen. Houd bij wat je aan onzichtbaar werk doet, in uren of aantallen. Een schatting is beter dan geen data. Bij functionerings- of promotiegesprekken gaat een lijstje van tien concrete zaken door waar een vage beschrijving faalt.
  • Toewijzen. Bespreek in je team wie welk onzichtbaar werk oppakt. Niet als klacht, maar als organisatievraag: "Hoe verdelen we mentoring dit jaar, want het is een substantieel deel van ons werk." Zodra je het benoemt, ontstaat vaak vanzelf een gesprek over eerlijke verdeling.

Kanttekening. Dit werkt niet in elke cultuur. In sommige organisaties wordt zelfs het benoemen van onzichtbaar werk als 'klagen' geïnterpreteerd. Dat is een signaal, geen reden om te stoppen. Het is een signaal dat de organisatie een probleem heeft dat groter is dan jouw individuele situatie.

Les 7, Onderhandelen is een oefening in zelfregie

De laatste les is de moeilijkste, omdat hij niet cognitief maar emotioneel is. De Harvard-methode is technisch gezien niet ingewikkeld. Iedereen begrijpt binnen tien minuten wat "focus op belangen in plaats van standpunten" betekent. De uitdaging is hem in het moment volhouden, als je hart sneller klopt, als de tegenpartij een pauze laat vallen die te lang duurt, als je merkt dat je de neiging hebt om "ja, dat is prima" te zeggen alleen om het ongemak te beëindigen.

Zelfregie is geen persoonlijkheidstrek, het is een spier. Je herkent je stress-signalen sneller naarmate je vaker onderhandelt, en je kunt jezelf sneller herstellen naarmate je vaker geoefend hebt met technieken als:

  • De adempauze. Één uitademing voor je antwoord geeft je drie seconden extra denktijd.
  • De schrijfhandeling. "Ik noteer dat even" onderbreekt het gesprek en herstelt cognitieve afstand.
  • De verplaatsingszin. "Laat me daar even over nadenken en er morgen op terugkomen." Legitiem, professioneel, herstelt volledig de regie.
  • De feiten-heruitroep. "Voordat we verder gaan, we hadden het over X. Klopt dat?" Voorkomt sluipse verschuiving van het onderhandelonderwerp.

De belangrijkste boodschap: je bent niet slecht in onderhandelen als je stress voelt, je bent alleen slecht in onderhandelen als je stress je laat sturen zonder het te merken.

Het cirkelmodel: wat er in jou gebeurt tijdens een onderhandeling

Een van de scherpste modellen uit het boek maakt inzichtelijk waarom veel onderhandelingen op momentum verliezen. Dullaert schetst een cyclus van vier fasen die iedereen herkent maar zelden benoemt:

  1. Voorbereiding. Je hebt een positie, een minimum, een BATNA en een strategie in gedachten. Rationeel, kalm, doortastend.
  2. Opening van het gesprek. Alles gaat nog volgens plan. Je opent zoals je had voorbereid.
  3. Onvoorziene wending. De ander reageert niet zoals je had verwacht. Hij komt met een nieuw argument, een tegenvoorstel of een emotie. Je systeem schiet lichtjes in reactiestand.
  4. Automatische reactie. Je zegt iets, doet een concessie of accepteert een frame, dat je in de voorbereidingsfase nooit zou hebben goedgekeurd.

Het cirkelmodel is niet nieuw, verwant modellen bestaan in de gespreks- en therapietraditie. Wat Onderhandel voor jezélf eraan toevoegt, is de aanwijzing: fase 3, de onvoorziene wending, is het punt waarop je moet vertragen, niet versnellen. In veel Nederlandse werkculturen is "snel reageren" een deugd. Bij onderhandelen is snel reageren juist een risico. Wie de discipline heeft om in fase 3 stil te vallen, sla, of te vragen "kun je dat toelichten?", verplaatst zichzelf terug naar fase 1 en herstelt zijn strategie.

Drie scenario's: hoe het boek in de praktijk werkt

Scenario 1: de "even snelle" vraag van je baas

Je manager loopt binnen: "Kun je even naar dit project van Jasper kijken? Hij zit vast en het is nogal urgent." Jij hebt zelf een deadline lopen, maar de gedachte om nee te zeggen voelt lastig, Jasper is een collega en de manager kijkt je verwachtingsvol aan.

Waar het mis gaat (klassieke aanpak). Je zegt "ja, komt goed" en gaat 's avonds anderhalf uur extra werken. Jij bent nog steeds ver van je eigen deadline af. Jasper heeft geleerd dat jij zijn back-up bent. Je manager registreert het niet als bijdrage, want het staat niet op je eigen projectlijst.

De aanpak volgens Dullaert. Adempauze. "Ik wil graag helpen. Ik zit zelf tot vrijdag op X, dus als ik dit oppak, betekent dat óf uitstel voor X, óf overwerk. Wat past het beste?" Nu heb je drie dingen gedaan: (1) je hebt de vraag serieus genomen zonder direct ja te zeggen, (2) je hebt de afweging zichtbaar gemaakt voor je manager, (3) je hebt de beslissing over prioriteit teruggelegd waar hij hoort: bij je manager.

Uitkomst 1: je manager kiest voor uitstel op X. Prima, dan heb je onderhandeld over je eigen tijd zonder overwerk. Uitkomst 2: je manager kiest voor overwerk of vraagt iemand anders. Ook prima. Maar in beide gevallen ben je uit de default gestapt waarin je automatisch de rekening betaalt.

Scenario 2: het salarisgesprek

Je hebt drie jaar goed gedraaid, je manager heeft je meermaals gecomplimenteerd, en je hebt nog nooit een structurele verhoging gehad boven de standaard indexatie. Je functie is inhoudelijk gegroeid. Het salarisgesprek is over drie weken.

Waar het mis gaat. Je gaat het gesprek in met "ik zou graag wat meer verdienen" en een vaag idee dat 5 procent misschien redelijk is. Je manager zegt "de budgetten zijn strak dit jaar, we kunnen 2 procent doen boven de indexatie". Je twijfelt of dat redelijk is. Je zegt "okee, dank". Je bent tevreden, tot je twee dagen later hoort dat een mannelijke collega met minder ervaring 7 procent kreeg.

De aanpak. Drie weken voor het gesprek verzamel je marktdata. Salarisbenchmark voor je functie en ervaring. Twee gesprekken met vertrouwde peers over hun schaal. Een derde check bij een recruiter of mentor. Je noteert: mijn functie is markt-gemiddeld €X, ik zit nu op €Y, dat is Z procent onder de markt.

In het gesprek: "Ik wil graag mijn salaris bespreken. Op basis van marktdata voor mijn functie zit ik ongeveer 10 procent onder de gemiddelde schaal. Ik wil met jou kijken hoe we dat de komende twaalf maanden gelijktrekken." Nu is het gesprek niet meer "wat vraag jij?" maar "hoe komen we tot een marktconform salaris?". Dat is een compleet andere onderhandeling, ook al zit dezelfde manager tegenover je.

Scenario 3: het onzichtbaar-werk-gesprek in je team

Je merkt al lang dat je in je team meer dan je collega's de "sociale gladheid" doet: conflicten glad strijken, nieuwe teamleden inwerken, de verjaardagstaart regelen. Niemand vraagt het expliciet, maar iedereen verwacht het. In je functioneringsgesprek noemt je manager het niet, want het staat niet op je KPI's.

Waar het mis gaat. Je klaagt tegen een collega bij de koffie. Ze knikt begripvol, en de volgende week doe je het weer. Niets verandert.

De aanpak. Je maakt een lijst met tien concrete voorbeelden van onzichtbaar werk uit de afgelopen zes maanden, met geschatte uren. Je bespreekt het niet als klacht maar als organisatorisch punt in je eigen functioneringsgesprek: "Ik heb in de afgelopen zes maanden ongeveer 60 uur besteed aan mentoring, coördinatie en sociale coördinatie. Dat is buiten mijn KPI's om. Ik wil met jou bespreken hoe we dat meten en verdelen, want het is substantieel werk."

Je manager kan drie dingen doen: (1) erkennen dat dit werk telt en het opnemen in je evaluatie, (2) het overdragen aan iemand anders zodat jij meer tijd hebt voor KPI-werk, of (3) niets doen. Bij optie 3 heb je in ieder geval feitelijk vastgelegd dat je dit werk hebt geleverd, wat een uitgangspunt is voor een volgende salaris- of promotieonderhandeling.

Waar het boek verschilt van andere onderhandelboeken

De meeste onderhandelboeken concentreren zich op de tafel: hoe je opent, hoe je concessies doet, wanneer je "walk-away" speelt. Onderhandel voor jezélf concentreert zich op wat aan de tafel voorafgaat: welke positie je hebt opgebouwd, welke informatie je hebt verzameld, welke zichtbaarheid je hebt gecreëerd.

Dat is niet omdat de tafel niet belangrijk is, Dullaert behandelt hem ook, maar omdat de tafel de uitkomst is van maanden voorbereidingen die je meestal niet als onderhandeling herkent. Waar Chris Voss (Never Split the Difference) je leert wat je moet zeggen op moment X, leert Dullaert je waarom je op moment X überhaupt aan tafel zit met de kaarten die je hebt.

Het perspectief is ook expliciet gender-geladen op een manier die de meeste onderhandelklassiekers vermijden. Dat is een sterkte en een beperking. Een sterkte, omdat het benoemt wat in de bibliotheek van Fisher, Ury, Voss en Shell impliciet blijft: dat de onderhandelspelregels asymmetrisch toepassen op verschillende soorten spelers. Een beperking, omdat mannelijke lezers de neiging kunnen hebben te concluderen dat het boek niet voor hen bedoeld is. Dat zou een gemiste kans zijn, precies de dynamiek die het boek beschrijft, wordt in stand gehouden door de mensen die niet lezen wat ze zouden moeten lezen.

Vergelijking met andere onderhandelboeken

Boek Kernfocus Wanneer pakken
Onderhandel voor jezélf Zichtbaarheid, dagelijkse keuzes, zelfregie Compacte NL start, met focus op wat vóór het gesprek gebeurt
Van doel naar deal (Masselink & Van Rossum) Harvard-methode voor NL managementpraktijk Compacte NL introductie tot strategische onderhandeling
Getting to Yes (Fisher & Ury) Vier Harvard-principes, oorspronkelijke tekst Wie de theoretische basis wil lezen, Engels
Never Split the Difference (Voss) Tactische microtechnieken (spiegelen, calibrated questions) Voor het moment aan tafel zelf
Bargaining for Advantage (Shell) Onderhandelstijlen, diepere strategie Voor gevorderden, dieper Engels werk
Waarom zegt niemand er wat van (Koelemeijer) Zwijgcultuur, grenzen aangeven Als het meer om zwijgen dan om onderhandelen gaat

Onderhandel voor jezélf en Van doel naar deal zijn complementair, niet vervangend. Wie in 2026 één onderhandelboek in het Nederlands wil, kan afhankelijk van zijn situatie kiezen: Van doel naar deal voor het strategische frame, Onderhandel voor jezélf voor de dagelijkse praktijk en de zelfregie. Beide lezen samen levert de rijkste vorming op, en kost je nog steeds minder tijd dan één traditioneel onderhandelboek.

Vier stappen om dit boek deze week toe te passen

Als je dit boek net uit hebt, of nog moet lezen, dit zijn de vier stappen die het meest concreet iets veranderen aan je onderhandelpositie:

  1. Doe één week een onzichtbaar-werk-inventaris. Noteer elke ongevraagde ja, elke overname van een klus, elke reddingsactie. Categoriseer aan het eind. Dit is je uitgangspositie.
  2. Verzamel drie marktreferenties voor je huidige rol. Salarisbenchmark, twee gesprekken met peers, één externe check. Dit is je feitenbasis voor je volgende gesprek.
  3. Maak één zichtbaarheids-gewoonte. Kies iets kleins: een tweewekelijkse update naar je manager, een LinkedIn-post per maand over wat je hebt gedaan, een aantekening in je eigen agenda van wekelijkse successen. Klein en volhoudbaar wint van groots en eenmalig.
  4. Oefen één keer per week de adempauze. In een echte werksituatie, niet in een rollenspel. Word iets gevraagd waar je normaal automatisch ja op zou zeggen? Adem één keer uit voordat je antwoordt. Meer niet. Merk wat er gebeurt.

Deze vier stappen kosten samen ongeveer twee uur per week en veranderen in drie tot zes maanden meetbaar je onderhandelpositie, ook zonder dat je één formele onderhandeling voert.

Sterke punten

De grootste kracht van Onderhandel voor jezélf is dat het een gat vult dat in de Nederlandse onderhandelliteratuur al lang bestond. De meeste boeken behandelen de tafel; dit boek behandelt de context. Voor lezers die zich al herkennen in de dynamiek (het overnemen, de onzichtbaarheid, de moeite met eigen positie kiezen) is dat een bevrijdende ervaring: het probleem heeft eindelijk een taal, en de oplossing is aanleerbaar.

Ten tweede is Dullaerts combinatie van Harvard-scholing en internationale trainingspraktijk zeldzaam. Ze schrijft niet vanuit één bron. Wie Onderhandel voor jezélf leest, krijgt zowel de scherpte van de academische onderhandelmethode als de nuance van iemand die met vrouwelijke professionals in Nederland, het Midden-Oosten en Noord-Afrika heeft gewerkt.

Ten derde is het praktisch bruikbaar zonder in checklists te vervallen. Elk hoofdstuk landt in een oefening of reflectievraag die je in je eigen week kunt uitproberen. Dat verhoogt de kans dat het boek daadwerkelijk iets verandert, in plaats van dat het in je hoofd blijft steken als "iets interessants dat ik ooit heb gelezen".

Zwakke punten

Wie Getting to Yes, Van doel naar deal of Bargaining for Advantage al kent, vindt hier weinig nieuws aan de theoretische kant. De vier Harvard-principes worden bevestigd, niet uitgebreid. Dat is een bewuste keuze: het boek richt zich op de toepassing, niet op de theorie. Maar voor de senior lezer met veel onderhandelervaring is de conceptuele opbrengst beperkt.

Ten tweede is de gender-focus een sterkte en een risico. Mannelijke lezers kunnen concluderen dat het boek "niet voor hen" is en het overslaan, ook al bevat het inzichten die hun eigen teamdynamiek verklaren. De ondertitel "mannen ook voor" probeert dat te ondervangen, maar overtuigt niet iedereen. Dat is een verlies, want juist het lezerspubliek dat het boek niet actief opzoekt, zou er het meest bij winnen.

Ten derde laat het compacte formaat weinig ruimte voor complexere thema's zoals collectieve onderhandelingen, meerpartijen-dynamiek, of onderhandelingen in machtsasymmetrische situaties (bijvoorbeeld een junior professional tegenover een RvC). Voor die contexten heb je aanvullend materiaal nodig.

Tot slot: de cross-culturele nuance blijft ondanks Dullaerts internationale ervaring wat op de achtergrond. Wie in een sterk hiërarchische of collectivistische werkcultuur werkt, zal principes zoals "maak je zichtbaar" moeten aanpassen. Het boek erkent dat, maar biedt geen uitgewerkte handleiding.

Mijn oordeel

Onderhandel voor jezélf is een boek dat een specifieke groep lezers, professionals die merken dat ze structureel onder hun waarde onderhandelen, direct verder helpt. Dullaert vertaalt de Harvard-methode naar een laag die in veel onderhandelboeken onopgemerkt blijft: de dagelijkse werkomgeving waar zichtbaarheid en positie worden opgebouwd of verloren. De combinatie van Amerikaanse academie (Project on Negotiation) en twintig jaar Nederlandse en internationale trainingspraktijk geeft het boek een fundament dat zeldzaam is in dit segment.

De grote verdienste is dat het boek onderhandelen demystificeert én contextualiseert. Het is niet iets dat je één keer per drie jaar in een salarisgesprek doet, het is een dagelijkse praktijk van zichtbaar zijn, keuzes maken en voor jezelf opkomen. Dat is een reframe dat voor veel professionals bevrijdend werkt en voor sommigen confronterend. Beide reacties zijn productief.

De beperkingen zijn eerlijk te benoemen. De gender-focus is de kracht en de kwetsbaarheid tegelijk. De theoretische diepgang is bescheiden voor wie de Harvard-basis al beheerst. En het compacte formaat laat weinig ruimte voor complexere onderhandelsituaties.

Voor de brede middengroep van Nederlandstalige professionals die hun onderhandelpositie serieus willen nemen zonder een academische studie te beginnen, is dit een aanrader. Zeker in combinatie met Van doel naar deal van Masselink en Van Rossum, samen bieden ze het strategische frame én de dagelijkse praktijk.

Koop dit boek als…

  • Je merkt dat je in vergaderingen minder ruimte krijgt dan mensen met minder inhoud
  • Je regelmatig ja zegt tegen dingen die niet in je functie staan, zonder afspraak
  • Je een salaris- of promotiegesprek voor je hebt en niet weet waar te beginnen
  • Je vrouwelijke professionals begeleidt of vrouwelijk leiderschapstraject leidt
  • Je als manager wilt begrijpen welke onbewuste dynamiek in je team meespeelt
  • Je Van doel naar deal uit hebt en de persoonlijke praktijklaag wilt toevoegen

Sla dit boek over als…

  • Je al senior onderhandelaar bent en de Harvard-methode diep beheerst
  • Je een academisch of macro-analytisch werk zoekt over gender en arbeid
  • Je hoofdzakelijk in transactionele of tactische onderhandelingen zit waar zichtbaarheid en teamdynamiek geen rol spelen
  • Je principieel geen boeken leest waarin gender een centrale lens is (in dat geval mis je iets)

Eindscore

Criterium Score
Praktische toepasbaarheid 9/10
Leesbaarheid 9/10
Originaliteit 7/10
Geschikt voor beginners 9/10
Algeheel oordeel 8,5/10

Een compact en scherp boek dat een blinde vlek in de Nederlandse onderhandelliteratuur invult. Voor de investering van één weekend lezen krijg je een lens die je onderhandelpositie de rest van je carrière beter maakt, mits je bereid bent de oefeningen ook echt te doen.

Transparantie: Deze bespreking is geschreven op basis van publiek beschikbare uitgeversinformatie (Boom, Managementboek.nl), de aankondigingsflyer van het boek, achtergronden van de auteur (Harvard Project on Negotiation, OSR, publicaties in de advocatuur, internationale trainingspraktijk in vrouwelijke leiderschapsprogramma's) en de Harvard-onderhandelprincipes waarop het boek expliciet leunt. Concepten zoals de nadruk op zichtbaarheid, de kritiek op onzichtbaar werk en het adres richting vrouwelijke professionals zijn aan de auteur toe te schrijven; uitgewerkte oefeningen, scenario's en de driestappen-uitwerking van markt-referenties zijn onze eigen vertaling van de principes naar de praktijk.

Wel geschikt voor

  • : Vrouwelijke professionals die merken dat ze in vergaderingen, projecten of salarisgesprekken structureel minder ruimte krijgen dan mannelijke collega's met vergelijkbare inbreng
  • : Managers en HR-professionals die genderdynamiek en gelijkwaardigheid op de werkvloer serieus willen aanpakken
  • : Mannen die willen begrijpen hoe onbewuste gewoontes in teams en gesprekken vrouwelijke collega's benadelen, en wat ze daaraan kunnen doen
  • : Iedereen die er slecht in is zichzelf zichtbaar te maken, promoties te vragen of onaangename taken terug te geven
  • : Begeleiders van vrouwelijke leiderschapstrajecten die op zoek zijn naar een compacte gids met praktische taal en herkenbare situaties

Minder geschikt voor

  • : Lezers die op zoek zijn naar een macro-analytisch werk over gender pay gap, arbeidseconomie of institutionele discriminatie
  • : Wie een agressieve of manipulatieve onderhandelaanpak wil leren, dit boek gaat de andere kant op
  • : Ervaren onderhandelaars die de Harvard-methode al beheersen en op zoek zijn naar nieuwe theoretische inzichten
  • : Mensen die 'zichtbaarheid' en 'zelfpromotie' principieel verwerpen als westerse, individualistische waarden

Sterke punten

  • + Compact en toegankelijk: 160 pagina's die je in een weekend uit hebt en waar je jaren wat aan hebt
  • + Vertaalt de Harvard-onderhandelmethode naar situaties die veel onderhandelboeken links laten liggen: kleine dagelijkse keuzes, taakverdeling, zichtbaarheid
  • + Dullaert kent zowel de Amerikaanse onderhandelacademie (Harvard) als twintig jaar praktijk met vrouwelijke leiderschapsprogramma's, ook internationaal
  • + Ondertitel 'mannen ook voor' is niet cosmetisch: het boek nodigt actief uit om als man je eigen bijdrage aan de dynamiek te zien
  • + Praktisch bruikbaar zonder in checklists of trucjes te vervallen, elk hoofdstuk landt in een reflectie of oefening

Zwakke punten

  • Wie Getting to Yes, Van doel naar deal of ander Harvard-materiaal al kent, vindt hier weinig nieuws aan de theoretische kant
  • De focus op vrouwen als primaire doelgroep is een sterkte, maar kan sommige lezers doen aannemen dat het boek niet voor hen is, dat is jammer
  • Weinig aandacht voor cross-culturele nuance: wat 'zichtbaar zijn' betekent verschilt sterk tussen bijvoorbeeld Nederlandse, Midden-Oosterse of Aziatische werkculturen, terwijl Dullaert daar internationaal wel mee werkt
  • Het compacte formaat betekent dat complexe onderwerpen zoals ondernemingsraden, cao-onderhandelingen of teamdynamiek in machtsasymmetrische situaties nauwelijks aan bod komen

Vergelijkbare boeken

Veelgestelde vragen

Is dit boek alleen voor vrouwen?
Nee. De ondertitel is niet toevallig 'mannen ook voor'. Dullaert richt zich primair op vrouwen omdat de dynamiek daar het meest herkenbaar en het scheefst is, maar de principes gelden voor iedereen die zich lastig zichtbaar maakt of moeite heeft met opkomen voor zichzelf. Voor mannen is het boek bovendien nuttig omdat het toont wat er in vergaderingen en teams gebeurt zonder dat mannelijke collega's het doorhebben.
Wat is het verschil met Van doel naar deal?
Van doel naar deal is een brede introductie tot de Harvard-methode, van salaris tot leveranciersdeals, geschreven vanuit een strategische adviesbureau-achtergrond. Onderhandel voor jezelf zoomt in op één specifieke laag: de onderhandeling met jezelf en met je omgeving, vóór het formele gesprek begint. De boeken zijn complementair. Wie beide leest, krijgt zowel het strategische frame als het persoonlijke.
Heb ik Getting to Yes eerst nodig?
Nee. Dullaert past de vier Harvard-principes (scheid mens van probleem, focus op belangen, bedenk opties voor gezamenlijk voordeel, gebruik objectieve criteria) toe zonder dat ze dwingend theoretische voorkennis vereist. Pak Getting to Yes alleen als je na dit boek dieper wilt in het oorspronkelijke werk.
Werkt dit ook voor freelancers of ondernemers?
Ja, en misschien nog wel meer dan voor werknemers. Freelancers onderhandelen dagelijks over tarieven, scope, betaaltermijnen en zichtbaarheid, vaak zonder HR-buffer of collectieve arbeidsvoorwaarden. De hoofdstukken over zichtbaarheid, tariefdiscipline en het onderscheiden van eigen belangen zijn direct toepasbaar.
Is dit een boek over 'zich hard opstellen'?
Nee, integendeel. Dullaert gaat uitgesproken tegen de karikatuur in dat vrouwen 'harder' moeten worden of 'meer zoals mannen'. De aanpak is Harvard-typisch: hard op de inhoud, zacht op de persoon. De kracht zit in scherpte, voorbereiding en zelfregie, niet in agressie.
Wat als mijn organisatie zelf niet meebeweegt?
Dullaert is realistisch. Individuele onderhandelvaardigheden lossen structurele ongelijkheid niet op, ze compenseren die hooguit gedeeltelijk. Voor zaken zoals systematische pay gaps, promotieculturen of zorg-taakverdelingen is beleidsverandering nodig. Het boek moedigt aan om beide fronten te bespelen: doe wat je zelf kunt en gebruik je zichtbaarheid om structureel wat te veranderen.
Kan ik dit boek gebruiken voor een vrouwelijk leiderschapstraject?
Ja, het boek leent zich uitstekend voor groepslezing. Dullaert traint zelf al twintig jaar in internationale vrouwelijke leiderschapsprogramma's en de opzet ademt die praktijk. Een goede werkvorm: bespreek per bijeenkomst één hoofdstuk plus één casus die deelnemers zelf hebben meegemaakt, en oefen de reactie in rollenspel.
Hoeveel tijd kost het om het boek te lezen?
160 pagina's, vlot geschreven Nederlands, de meeste lezers doen er acht tot tien uur over. De waarde komt pas bij toepassen, en dat vraagt dat je het boek bij elke belangrijke onderhandeling of moeilijke situatie kort herleest, alsof het je notitieboek is, niet je bibliotheek.

Lees ook

Bargaining for Advantage

G. Richard Shell

G. Richard Shell, oprichter van het Wharton Executive Negotiation Workshop, laat zien dat onderhandelen niet één juiste methode kent, maar begint bij het kennen van je eigen natuurlijke stijl. Waar Van doel naar deal je een Nederlandse Harvard-basis geeft, gaat Bargaining for Advantage een laag dieper: eerst een gevalideerde stijlassessment, dan zes fundamenten en vier fases, met veel aandacht voor ethiek en voor het feit dat wat werkt voor de één, voor de ander averechts uitpakt.

Ook over onderhandelen en persoonlijke ontwikkeling

Vergelijk de twee →

Cover van Van doel naar deal

Van doel naar deal

Tim Masselink & Maarten van Rossum

Van doel naar deal is een compact en praktisch onderhandelboek dat de Harvard-onderhandelmethode vertaalt naar dagelijkse situaties: salaris, samenwerking, commerciële afspraken en interne besluitvorming. De kern: begin niet bij de deal, maar bij je doel, en houd regie over jezelf voordat je regie neemt over het gesprek.

Ook over onderhandelen en communicatie

Vergelijk de twee →

Cover van We komen er wel uit

We komen er wel uit

Heidi Nieboer & Marjolein Smit-Arnold Bik

Heidi Nieboer, de eerste fulltime politieonderhandelaar van Nederland en betrokken bij onder meer de Rembrandttoren-gijzeling, vertaalt samen met politiemanager en mediator Marjolein Smit-Arnold Bik de principes van crisisonderhandelen naar alledaagse gesprekken: salaris, samenwerking, opvoeding, aankopen. De kern: onderhandelen begint niet bij tactieken, maar bij verbinding maken met de mens tegenover je.

Ook over onderhandelen en persoonlijke ontwikkeling

Vergelijk de twee →

TALK

Alison Wood Brooks

TALK is het langverwachte debuut van Harvard-hoogleraar Alison Wood Brooks, die al vijftien jaar de wetenschap van het gesprek onderzoekt. Waar Van doel naar deal het strategische frame van onderhandelen geeft, laat TALK zien wat er onder dat frame gebeurt: welke onderwerpen we kiezen, welke vragen we stellen, hoeveel lichtheid we toelaten, en hoe royaal we naar de ander luisteren. Een leerbare set microgewoontes voor iedereen die veel gesprekken voert waar de uitkomst er echt toe doet.

Ook over onderhandelen en persoonlijke ontwikkeling

Vergelijk de twee →