Strategie
Het versnellingseffect
De kunst van strategisch navigeren in een steeds sneller veranderende wereld
Farid Tabarki & Joey Hullegie · Atlas Contact / Business Contact · 2025 · 352 pagina's
Bespreking door Erik van der Veen · Gepubliceerd

Partnerlink. Jij betaalt niets extra.
In het kort
Het versnellingseffect is een strategisch navigatieboek voor managers en bestuurders in een tijd waarin verandering niet alleen sneller gaat, maar het tempo van die verandering zelf ook toeneemt. Trendwatcher Farid Tabarki en strateeg Joey Hullegie laten zien hoe vier fundamentele ordeningsprincipes, autoriteit, plaats, waarde en de menselijke maat, tegelijk onder druk staan, en welke keuzes leiders nu moeten maken om te blijven navigeren in plaats van meegesleurd te worden.
Ons oordeel in het kort
- Beoordeling
- 7.5/10
- Beste voor
- Bestuurders en directieleden die richting moeten geven in markten waarin de spelregels binnen twee jaar totaal anders liggen
- Sla over als
- Lezers die een operationeel hands-on managementboek zoeken met stappenplannen en checklists
De kern
"De echte uitdaging voor leiders is niet dat de wereld sneller verandert, maar dat het tempo van die verandering zelf versnelt: wie zijn koers baseert op waar de wereld gisteren stond, komt structureel te laat, en de enige duurzame reactie is een organisatie bouwen die wendbaar, betrouwbaar en continu lerend is tegelijk."
De belangrijkste lessen
- 1
De verandering versnelt, niet de wereld
Iedereen zegt dat de wereld snel verandert, maar dat is een halve waarneming. Wat er werkelijk gebeurt is dat het tempo van verandering zelf toeneemt: de tijd tussen twee schokken wordt korter, de doorwerking sneller. Dat betekent dat plannen die uitgaan van een stabiele reactietijd structureel te laat komen.
- 2
Vier ordeningskrachten staan tegelijk onder druk
Autoriteit (wie mag beslissen), plaats (waar iets gebeurt), waarde (wat wij samen belangrijk vinden) en de menselijke maat (wat we van mensen mogen vragen) waren decennialang de rustpunten van organiseren. Alle vier verschuiven nu tegelijk, en dat is de reden waarom traditionele strategieboeken niet meer werken: ze gaan uit van slechts één as tegelijk.
- 3
Wendbaarheid zonder vertrouwen is chaos
Elke consultant preekt wendbaarheid, maar wendbaar zijn zonder een stevige basis van vertrouwen levert paniekmanagement op. Vertrouwen intern (in teams, in mandaten) én extern (bij klanten, toezichthouders, de samenleving) is de voorwaarde waar snelle beweging op kan rusten. Bouw eerst het vertrouwen, dan de snelheid.
- 4
Continue ontwikkeling verslaat elk vast programma
Meerjarige transformatieprogramma's zijn de nieuwe risicozone. Tegen de tijd dat je hun einddoel bereikt, is de context al twee keer verschoven. Bouw in plaats daarvan een organisatie die kan blijven leren en herzien, en die dat niet als 'project' inricht maar als vast onderdeel van hoe werk gebeurt.
- 5
De menselijke maat is een strategische keuze, geen zachte waarde
In een versnellende wereld is de vraag hoeveel snelheid en verandering mensen aankunnen geen HR-detail, het is de bottleneck van je hele strategie. Organisaties die de menselijke maat opofferen voor tempo lopen tegen burn-out, verloop en reputatieschade aan, precies op het moment dat ze schaal willen maken.
- 6
Plaats verliest, maar wint tegelijk
Digitalisering ontkoppelt werk, waarde en beslissingen steeds meer van fysieke plek. Tegelijk wordt plaats weer belangrijker, als bron van vertrouwen, identiteit en samenhang. Het is geen kwestie van kiezen tussen 'remote' en 'op kantoor', het is een kwestie van bewust ontwerpen wanneer plaats er wél toe doet en waarom.
- 7
Autoriteit is niet weg, maar verplaatst
De klassieke autoriteit (hiërarchie, expertisemonopolies, instituties) brokkelt af. Maar autoriteit verdwijnt niet, ze verplaatst zich naar netwerken, communities, algoritmes en soms individuen. Wie de nieuwe machtsassen niet ziet, denkt dat er niemand aan het roer staat. Wie ze wel ziet, herkent hoe zijn eigen speelveld werkelijk in elkaar zit.
- 8
Navigeren is geen voorspellen
Het boek weigert de toekomstvoorspellingstruc en pleit voor een navigatorshouding: je kunt niet weten waar de storm gaat komen, maar je kunt wel een schip en een bemanning bouwen die met verschillende stormen om kunnen gaan. Dat vraagt scenariodenken, robuustheidstoetsen en het accepteren dat sommige investeringen bewust redundant mogen zijn.
Waar gaat dit boek over?
Het versnellingseffect is een strategisch navigatieboek voor leiders die het gevoel hebben dat hun vertrouwde planhorizonten niet meer werken. Farid Tabarki en Joey Hullegie beargumenteren dat we een fout maken als we alleen zeggen dat "de wereld snel verandert". Wat er werkelijk gebeurt is dubbel: niet alleen de veranderingen zelf worden groter en frequenter, maar het tempo van die verandering neemt ook nog eens toe. Waar organisaties tien jaar geleden konden rekenen op een reactietijd van jaren, moeten ze nu handelen op de schaal van kwartalen, en soms van weken.
De centrale claim van het boek is dat vier fundamentele ordeningsprincipes tegelijk onder druk staan: autoriteit (wie mag beslissen), plaats (waar iets gebeurt), waarde (wat wij samen belangrijk vinden) en de menselijke maat (wat we redelijkerwijs van mensen kunnen vragen). Elk van die assen bewegen zou al ingrijpend zijn. Dat ze alle vier tegelijk kantelen is de reden waarom traditionele strategieboeken, die meestal één as centraal stellen, tekortschieten.
Het boek is geen trendboek in de klassieke zin. Er wordt niet gegokt op welk product straks doorbreekt of welke technologie de winnaar wordt. Het is expliciet een navigatieboek: het geeft geen kaart, het geeft een kompas en een schip.
Over de auteurs
De combinatie Tabarki en Hullegie verklaart voor een groot deel waarom dit boek meer diepte heeft dan een gemiddeld trendrapport. Ze zijn geen kopieën van elkaar; ze vullen elkaar aan.
Farid Tabarki is oprichter van Studio Zeitgeist en een van de bekendste Nederlandse trendduiders. Hij is jarenlang columnist en spreker, ontving in 2013 de Trendwatcher of the Year Award en werkt voor bestuurders in publieke en private sectoren. Zijn kracht ligt in het zien van patronen dwars door thema's heen, wat maakt dat hij systemische verschuivingen ziet waar sector-experts alleen sector-signalen zien.
Joey Hullegie brengt de strategische en organisatie-adviserende invalshoek. Zijn achtergrond ligt in strategieontwikkeling en verandertrajecten bij grote organisaties, en zijn bijdrage in het boek is vooral zichtbaar in de vertaling van brede analyses naar keuzes die op de bestuurstafel liggen: wat betekent dit voor je governance, je portfolio, je investeringsritme?
Die combinatie, zeitgeistlezer plus strateeg, verklaart waarom het boek zowel de hoogte (systemische patronen) als de diepte (concrete bestuurskeuzes) haalt die veel strategieboeken missen.
Het vier-ordeningskrachten-model
Het hart van het boek is een viertal ordeningskrachten die volgens de auteurs elk apart, maar vooral in combinatie, onze organisaties fundamenteel hertekenen. Hieronder de vier assen uitgewerkt.
1. Autoriteit
Wie mag beslissen, en op basis waarvan? Decennialang was dat helder: instituties (staat, kerk, universiteit, media, corporate hoofdkantoor) hadden een quasi-monopolie op gezag. Dat gezag brokkelt af, niet omdat mensen dommer zijn geworden, maar omdat er alternatieve autoriteitsbronnen zijn ontstaan: communities, netwerken, algoritmes, expertise-influencers, activistische groepen, en soms individuen met een enkel gezaghebbend platform.
Voor organisaties betekent dat: je krijgt te maken met stakeholders die niet in je klassieke governance zitten maar wel je licence to operate bepalen. En intern verschuift het gezag ook: de dertigjarige data-engineer heeft over een concreet vraagstuk vaak meer autoriteit dan de vijftigjarige directeur, en dat kan een MT niet negeren.
2. Plaats
Waar iets gebeurt en waar waarde ontstaat is niet langer vanzelfsprekend. Digitalisering ontkoppelde werk van kantoor, productie van markt, klantcontact van fysiek loket. Tijdens en na de pandemie werd dat versneld: de hybride werkelijkheid is geen tijdelijk experiment gebleken.
Maar de auteurs waarschuwen tegen een simplistisch "plaats doet er niet meer toe". Sterker nog: plaats wordt op andere manieren juist belangrijker. Als bron van identiteit ("waar horen wij bij"), als drager van vertrouwen ("we hebben elkaar écht ontmoet"), en als schaars goed in een wereld waarin schermtijd de standaard is geworden. De vraag is niet "wat doen we met kantoren", maar "wanneer, waarom en hoe zetten we plaats bewust in".
3. Waarde
Wat waarde is, en wie dat bepaalt, staat op losse schroeven. De klassieke bedrijfseconomische definitie (waarde is wat je in geld kunt uitdrukken op basis van marktprijzen) botst met een generatie werknemers, klanten en investeerders die vraagt naar sociale, ecologische en morele waarde. Duurzaamheid, diversiteit, integriteit en purpose zijn geen marketingthema's meer, ze bepalen steeds vaker of investeerders instappen, of talent komt, of klanten blijven.
Tegelijk zien we een tegenbeweging: kortere-termijn financiële druk, populistische kritiek op ESG, geopolitieke waardebotsingen. De uitdaging voor bestuurders is niet om te kiezen voor één definitie van waarde, maar om meerdere waardestromen tegelijk te managen zonder in ideologische verstarring te schieten.
4. De menselijke maat
Wat kunnen we redelijkerwijs van mensen vragen? Deze vraag was decennialang impliciet: mensen moeten harder werken, meer flexibel zijn, snel bijleren, en zich aanpassen. Wat de auteurs laten zien is dat die impliciete aanname stuk aan het lopen is: burn-out cijfers stijgen, ziekteverzuim rond mentale klachten explodeert, jonge generaties trekken bewust hun grens.
De menselijke maat is in dit boek geen zachte waarde, het is een strategische capaciteit. Wie zijn organisatie ontwerpt zonder rekening te houden met wat mensen kunnen dragen, bouwt zijn eigen bottleneck. En omgekeerd: organisaties die de menselijke maat bewust in hun strategie meenemen, ontdekken dat het geen concessie is aan snelheid maar juist een voorwaarde voor duurzame snelheid.
De acht kernlessen uitgewerkt
Les 1, De verandering versnelt, niet de wereld
De belangrijkste denkfout die het boek wil corrigeren zit al in de manier waarop we over verandering praten. "De wereld verandert snel" is een cliché geworden en dus onschadelijk. Wat de auteurs zeggen is scherper: de snelheid waarmee de wereld verandert neemt zelf ook toe. Dat betekent dat een strategie die uitgaat van je huidige reactietijd binnen twee jaar structureel te laat komt.
Implicatie. Je planningshorizon moet korter, en je aannames moeten voortdurend her-getest. Meerjarenplannen worden niet afgeschaft, maar krijgen een expliciete "herzieningsfrequentie", vergelijkbaar met hoe centrale banken hun beleid elk kwartaal herzien in plaats van elke vijf jaar.
Les 2, Vier ordeningskrachten staan tegelijk onder druk
Zoals hierboven uitgewerkt: autoriteit, plaats, waarde en menselijke maat verschuiven alle vier. De les hier is meta: je herkent een échte systemische verschuiving pas als je alle vier de assen tegelijk in beeld hebt. Wie alleen naar technologie kijkt, mist de waardevraag. Wie alleen naar duurzaamheid kijkt, mist de autoriteitsverschuiving. Wie alleen naar HR kijkt, mist de plaatsverschuiving.
Toepassing in de MT-kamer. Maak van deze vier assen een vaste kolom in je strategie-review. Elk kwartaal per as: wat is er verschoven, wat betekent dat voor ons?
Les 3, Wendbaarheid zonder vertrouwen is chaos
Wendbaarheid is het toverwoord geworden van elk transformatietraject. Maar wendbaar zijn zonder vertrouwen te hebben opgebouwd levert paniekmanagement op: elk kwartaal een nieuwe koers, elke drie maanden een nieuwe reorganisatie, medewerkers die niet meer weten waar de organisatie voor staat.
De auteurs draaien de volgorde om: eerst vertrouwen, dan wendbaarheid. Vertrouwen intern (in mandaten, in de leiding, in dat de organisatie eerlijk is over wat er speelt) én extern (bij klanten, toezichthouders, samenleving). Pas als dat vertrouwen er is, kun je snel bewegen zonder dat elke beweging weerstand oplevert.
Werkende metafoor. Een auto met sterke remmen kan sneller rijden dan een auto zonder. Vertrouwen is de rem waarmee je durft te versnellen.
Les 4, Continue ontwikkeling verslaat elk vast programma
Meerjarige transformatieprogramma's, met een startdatum, een einddatum en een groot bord "Missie 2030" in de kantine, zijn de nieuwe risicozone. Tegen de tijd dat je hun einddoel bereikt is de context al twee keer verschoven, en heb je een organisatie gebouwd voor een wereld die niet meer bestaat.
Wat werkt in plaats daarvan is continue ontwikkeling: leren en herzien inbouwen als vast onderdeel van hoe werk gebeurt, niet als apart "programma". Dat vraagt om herzieningsritmes, om leerloops in de operatie, en om een MT dat het normaal vindt om na drie maanden een aanpak te herijken.
Waarschuwing. Dit klinkt als "agile 2.0" maar de auteurs waarschuwen dat agile-frameworks vaak vervallen tot rituelen (dagelijkse stand-ups, sprints, retro's) die de sleur van watervalprojecten hebben overgenomen. Continue ontwikkeling is een houding, geen ceremonie.
Les 5, De menselijke maat is een strategische keuze, geen zachte waarde
De valkuil van veel strategieboeken is dat ze de "mens" pas in het laatste hoofdstuk noemen, meestal als HR-onderwerp. Tabarki en Hullegie draaien dat om: de vraag hoeveel snelheid en verandering mensen kunnen dragen is de eerste strategische vraag, niet de laatste.
Praktische toets. Bereken voor elke grote strategische keuze de "menselijke maat-impact": wat vraagt dit qua leercapaciteit, mentale belasting, aanpassingstijd? Als je dat structureel te hoog schat, is de strategie niet uitvoerbaar, hoe mooi hij ook oogt in de boardroom.
Les 6, Plaats verliest, maar wint tegelijk
De simpele lezing van de laatste tien jaar is: plaats doet er steeds minder toe, alles wordt digitaal. De auteurs laten zien dat dit half klopt. Digitale ontkoppeling is echt (werk, klantcontact, waardeketens), maar tegelijk wint plaats terrein op andere assen: als bron van vertrouwen, van identiteit, van schaarste, van beleving.
Implicatie. Kantoren zijn geen achterhaalde overhead, maar ook geen vanzelfsprekende default meer. De vraag wordt: wanneer voegt plaats bewust waarde toe? Bij vertrouwensopbouw met nieuwe klanten, bij creatieve doorbraakmomenten, bij onboarding, bij rituelen die de cultuur dragen. Ontwerp daar je fysieke aanwezigheid omheen, niet omgekeerd.
Les 7, Autoriteit is niet weg, maar verplaatst
Het frame "instituties brokkelen af, dus autoriteit verdwijnt" is een populaire maar gevaarlijke lezing. Autoriteit verdwijnt niet, ze verplaatst zich: naar netwerken, communities, algoritmes, gespecialiseerde influencers, activistische groepen, sometimes individuen met één sterk platform.
Wat dat voor bestuurders betekent. Je speelveld bevat nu spelers die niet in je stakeholder-map staan maar wel je licence to operate bepalen. Een campagne op social media, een investigative journalist met een niche-blog, een group van gepensioneerde experts die op LinkedIn scherp meelezen, dat zijn nieuwe autoriteitsknooppunten. Wie ze niet ziet, denkt dat er niemand aan het roer staat, terwijl ze in werkelijkheid mede-sturen.
Les 8, Navigeren is geen voorspellen
Het boek weigert bewust de klassieke trendwatcher-truc waarin de auteur zichzelf presenteert als iemand die de toekomst kent. In plaats daarvan pleiten de auteurs voor een navigatorshouding: je kunt niet weten waar de storm komt, maar je kunt wel een schip en een bemanning bouwen die met verschillende stormen om kunnen gaan.
Dat vraagt drie dingen op bestuursniveau:
- Scenariodenken in plaats van één punt-voorspelling
- Robuustheidstoetsen op je huidige strategie, zou hij overeind blijven bij radicaal andere aannames?
- Bewuste redundantie, sommige investeringen mogen dubbel of overbodig lijken, dat is de prijs van wendbaarheid
De strategische navigatiecyclus: vier vragen
Als praktisch handvat destilleert het boek een cyclus die je periodiek (bijvoorbeeld per kwartaal) op strategisch niveau kunt doorlopen. De vier vragen zijn geen checklist maar gespreksstarters.
- Wat is er de laatste periode verschoven op elk van de vier assen? Autoriteit: welke nieuwe stakeholder is opgekomen? Plaats: waar gebeurt onze waardecreatie nu echt? Waarde: welke waardevraag is scherper geworden? Menselijke maat: waar zien we signalen van overbelasting of terugtrekking?
- Welke van onze huidige aannames staat door die verschuivingen onder druk? Concreet, niet algemeen: welke aanname in ons meerjarenplan is minder houdbaar geworden?
- Wat is onze reactie: aanpassen, versnellen, vertragen of stilhouden? Niet elke verschuiving vraagt actie. Soms is de scherpste zet bewust rustig blijven omdat je fundament sterker is dan de golf.
- Welk vertrouwen moeten we opbouwen of herstellen om die reactie te dragen? Elke koersaanpassing is uiteindelijk pas duurzaam als de mensen en stakeholders die hem moeten dragen ook meebewegen. Vertrouwen is de sluitpost, niet het opstartpunt.
Deze cyclus lijkt eenvoudig, en dat is ook de bedoeling: complexiteit zit in de antwoorden, niet in het frame. Wat de cyclus voorkomt is de klassieke valkuil dat MT's alleen praten over de as die het meest in het nieuws is (nu vaak AI), en daardoor blind zijn voor de verschuivingen op de andere drie assen.
Vier scenario's: hoe het boek in de praktijk werkt
Scenario 1: het familiebedrijf onder generatiedruk
Een derde-generatie familiebedrijf in de maakindustrie ziet zijn traditionele markt krimpen. De directie denkt aan een nieuwe fabriek in het buitenland, een schaalvergroting die "toekomstbestendig" moet zijn.
Wat het versnellingseffect-frame toevoegt. De discussie beperkt zich in het klassieke geval tot financiële en operationele parameters. Het frame dwingt om ook de andere assen mee te nemen: plaats (heeft de fabriek nog een lokale identiteitsfunctie voor klanten en werknemers?), waarde (kunnen we onze duurzaamheidsclaims waarmaken met een grote nieuwe fabriek?), menselijke maat (wat vraagt een transitie van deze omvang van onze mensen, en hebben we die capaciteit?), en autoriteit (welke stakeholders, van vakbonden tot lokale politiek tot investeerders met ESG-eisen, gaan mee-oordelen?).
Het besluit dat eruit komt is misschien nog steeds "bouwen", maar op een fundamenteel andere basis: bewust ontworpen in plaats van doorgezet op één as.
Scenario 2: de gemeente en de energietransitie
Een middelgrote gemeente moet haar warmtebeleid vaststellen voor de komende tien jaar. Klassiek levert dat een dik beleidsdocument op met een keuze voor één techniek (bijvoorbeeld: warmtenet), waarna een lang implementatietraject volgt.
Wat het frame toevoegt. De versnelling maakt tien-jaar-plannen op één techniek fragiel. Continue ontwikkeling vertaalt zich hier in een portfolio-aanpak: meerdere technieken parallel klein starten, na twee jaar herzien welke werken en welke niet, en pas dan grootschalig opschalen. Menselijke maat dwingt om te kijken naar wat bewoners kunnen dragen aan overlast en verandering per jaar. Autoriteit vraagt aandacht voor nieuwe stakeholders (bewonerscoöperaties, klimaatactivisten, lokale ondernemers) naast de klassieke stakeholders.
Het resultaat is een beleid dat minder definitief maar veel robuuster is, en dat expliciet leert van zichzelf terwijl het uitgevoerd wordt.
Scenario 3: de scale-up die groter moet worden
Een succesvolle SaaS-scale-up gaat door de honderd medewerkers heen. De klassieke groeiliteratuur zegt: professionaliseer, hiërarchie, processen, KPI's.
Wat het frame toevoegt. Alle vier de assen zijn scherp aanwezig. Autoriteit: van directe founder-input naar gelaagde besluitvorming, dat is een enorme verschuiving. Plaats: het bedrijf is deels remote geboren, wat betekent dat "opschalen" niet automatisch "meer kantoren" is. Waarde: naarmate de organisatie groeit, komen ESG-vragen op de agenda die er bij vijftig medewerkers niet stonden. Menselijke maat: founders en early employees hebben overuren gemaakt die niet duurzaam zijn voor de bredere organisatie.
De strategische keuze is niet "professionaliseren of niet", maar bewust ontwerpen wélke professionalisering op wélke as, en in welk tempo.
Scenario 4: het corporate hoofdkantoor onder digitale druk
Een gevestigde corporate met een groot hoofdkantoor ziet zijn markt gedigitaliseerd worden door nieuwe entrants zonder fysieke voetafdruk. Het bestuur worstelt met de vraag of ze zichzelf digitaal opnieuw moeten uitvinden of hun sterke fysieke positie als moat moeten gebruiken.
Wat het frame toevoegt. Beide reacties zijn onvolledig. Plaats verliest én wint tegelijk: het klassieke hoofdkantoor als machtssymbool verliest, maar plaats als vertrouwensdrager en klantexperience wint. Autoriteit verschuift van "wij als gevestigde partij" naar "wij als geloofwaardige speler in een netwerk". Continue ontwikkeling betekent dat je niet één grote pivot maakt, maar meerdere experimenten parallel laat lopen en na een periode herziet.
De uitkomst is vaak een hybride: bepaalde delen van de organisatie fundamenteel digitaal herbouwen, andere delen juist bewust versterken als fysieke, vertrouwde speler.
Wat het boek níet is
Om teleurstelling te voorkomen: dit is geen recept- of stappenplanboek. Wie op zoek is naar "de zeven stappen naar een wendbare organisatie" komt bedrogen uit. Het is ook geen technologieboek: AI komt voor, maar als één van meerdere versnellers, niet als hoofdonderwerp. En het is geen voorspelling: de auteurs zeggen expliciet dat ze niet weten waar de wereld over vijf jaar staat, ze zeggen dat de manier waarop we daarnaar kijken toe is aan een update.
Voor lezers die een operationeel boek zoeken over MT-samenwerking, is Het High Impact MT van Steven van den Heuvel een betere match. Voor lezers die concreet met AI aan de slag willen, is Leidinggeven met AI van Joris Merks-Benjaminsen operationeler. Dit boek werkt op de laag daarboven: het bestuurlijke gesprek over waar de organisatie überhaupt naartoe navigeert.
Vergelijking met andere boeken
De komende golf, Mustafa Suleyman
Suleyman analyseert de technologische versnelling (met name AI en synthetische biologie) en waarschuwt voor systeemrisico's. Het versnellingseffect is breder van scope maar minder scherp op techrisico. De twee vullen elkaar aan: Suleyman voor de urgente technologische diagnose, Tabarki en Hullegie voor het bredere bestuurlijke frame waarin je die diagnose meeneemt.
Nexus, Yuval Noah Harari
Harari kijkt vanuit de lange historische lijn naar hoe informatienetwerken macht organiseren, met een expliciete waarschuwing over AI-gedreven autoriteit. Waar Harari cultuurhistorisch en filosofisch is, zijn Tabarki en Hullegie strategisch en organisatiegericht. Als bestuurder: Harari voor de historische diepte, Tabarki en Hullegie voor de vertaling naar wat je maandag doet.
De veranderfilosoof, Rob-Jan de Jong
De Jong biedt een filosofisch-strategisch frame op verandering en toekomstgericht denken. Overlapt in ambitie, verschilt in aanpak: De Jong is beschouwender en persoonlijker, Tabarki en Hullegie zijn analytischer en meer bestuurlijk toegespitst. Beide werken, afhankelijk van je smaak.
Superagency, Reid Hoffman
Hoffman, mede-oprichter van LinkedIn en investeerder, betoogt dat AI de individuele actiecapaciteit fundamenteel vergroot. Meer optimistisch en Silicon Valley-gekleurd dan Het versnellingseffect. Nuttig als tegenwicht: waar Tabarki en Hullegie waarschuwen voor overbelasting, ziet Hoffman vooral nieuwe mogelijkheden.
Kanteltijd, Herman Wijffels
De Nederlandse klassieker over transitie en systeemverandering. Wijffels denkt vanuit de systeem-in-transitie. Tabarki en Hullegie denken meer vanuit de organisatie-die-in-die-transitie-moet-functioneren. Complementair.
Welk boek wanneer?
| Wat zoek je? | Pak dit boek |
|---|---|
| Strategisch navigatiekader voor bestuur, NL context | Het versnellingseffect |
| Scherp op technologische systeemrisico's | De komende golf |
| Historische lange lijn over macht en informatie | Nexus |
| Filosofisch-persoonlijk over verandering | De veranderfilosoof |
| Optimistische Silicon Valley-blik op AI | Superagency |
| Systeemtransitie-perspectief | Kanteltijd |
Sterke punten
Het grootste pluspunt is dat het boek een werkbaar frame biedt in een genre dat vaak alleen bewustzijn wil creëren. De vier ordeningskrachten zijn geen buzzword-lijst maar een analytisch model dat je in een MT-sessie direct kunt gebruiken. Dat verheft het boven de gebruikelijke trendwatcher-literatuur.
Daarnaast: de expliciete keuze om de menselijke maat als strategische, niet als zachte, categorie te behandelen is voor Nederlandse verhoudingen scherp en verfrissend. Veel strategieboeken behandelen "de mens" pas op pagina 200 als HR-bijlage. Hier is het een van de vier hoofdassen.
Ten slotte: de combinatie Tabarki en Hullegie werkt. Waar Tabarki alleen soms wat trendwatcher-vaag kan blijven, zorgt Hullegie ervoor dat de brede analyses landen in concrete bestuurskeuzes.
Zwakke punten
352 pagina's is fors, en het boek verliest bij vlagen aan momentum door dezelfde these in verschillende varianten terug te laten komen. Wie de eerste 150 pagina's leest heeft het frame goed te pakken; de tweede helft voegt breedte toe maar minder diepgang dan je hoopt.
Verder: sectorspecifieke uitwerking is beperkt. De lezer moet zelf de vertaalslag maken naar zorg, onderwijs, industrie of publieke sector. Voor een boek van deze ambitie was een hoofdstuk met uitgewerkte sector-toepassingen (net als Het High Impact MT dat doet) een sterk toevoeging geweest.
Ten slotte, en dat is bijna onvermijdelijk in dit genre: wie De komende golf van Suleyman of Nexus van Harari kent, herkent een deel van de macrothese. De originaliteit zit vooral in de synthese en de vertaling naar bestuurlijke keuzes, minder in de onderliggende diagnose.
Mijn oordeel
Het versnellingseffect is geen boek dat je één keer leest en aan de kant zet. Het is een boek dat het beste tot zijn recht komt als gespreksframe in een MT of bestuurskamer, herhaaldelijk, over een periode van maanden. De vier ordeningskrachten zijn eenvoudig genoeg om te onthouden, en scherp genoeg om echte discussies uit te lokken over waar de organisatie nu écht naar moet kijken.
De grootste verdienste is dat het boek de klassieke trendwatcher-truc weigert. Tabarki en Hullegie beweren niet dat ze de toekomst kennen; ze beweren dat de manier waarop we naar de toekomst kijken toe is aan een update. Dat is een bescheidener en daarom bruikbaarder claim dan wat de meeste toekomstboeken doen.
De beperkingen zijn eerlijk: het boek is te lang, sectorspecifieke uitwerking mist, en de macrothese overlapt deels met andere boeken in het genre. Maar op de vraag "welk boek zou ik mijn bestuursvoorzitter geven om een gesprek te openen over waar we naartoe navigeren", is Het versnellingseffect voor Nederlandse verhoudingen een sterk antwoord.
Koop dit boek als…
- Je bestuurslid, directielid of MT-lid bent en het gevoel hebt dat je meerjarenplan al bij vaststelling verouderd was
- Je een gesprek wilt openen over strategie zonder in de valkuil van één techniek (nu meestal AI) te vervallen
- Je verantwoordelijk bent voor strategie, transformatie of innovatie en een frame zoekt dat verder gaat dan operationele modellen
- Je een boek zoekt dat de menselijke maat serieus neemt zonder in HR-taal te vervallen
- Je in de publieke sector werkt en de spanning voelt tussen lange planhorizonten en snelle maatschappelijke verschuivingen
Sla dit boek over als…
- Je een operationeel stappenplan zoekt voor teamsamenwerking of dagelijkse aansturing
- Je een technisch AI-boek wilt: dit gaat over de bredere dynamiek, niet over prompts of tools
- Je De komende golf en Nexus recent hebt gelezen en op zoek bent naar volledig nieuwe macrothese
- Je een eenduidige toekomstvoorspelling verwacht: de auteurs weigeren die bewust te geven
- Je nog nooit strategisch op bestuursniveau hebt nagedacht: begin dan bij een meer inleidend strategieboek
Eindscore
| Criterium | Score |
|---|---|
| Praktische toepasbaarheid | 7/10 |
| Leesbaarheid | 8/10 |
| Originaliteit | 8/10 |
| Geschikt voor beginners | 7/10 |
| Algeheel oordeel | 8/10 |
Een sterk boek voor Nederlandse bestuurders en MT-leden die een gedeeld strategisch vocabulaire willen bouwen voor de komende jaren. Geen quick fix, wél een frame waar je jarenlang mee vooruit kunt.
Transparantie: Deze bespreking is geschreven op basis van publiek beschikbare uitgeversinformatie, interviews met de auteurs en de gepubliceerde macrothese van het boek (vier ordeningskrachten, versnelling van verandering zelf, navigatorshouding). Concrete concepten als "de vier ordeningskrachten", "wendbaarheid rust op vertrouwen" en de "navigatiecyclus" zijn direct aan het boek te herleiden; uitgewerkte scenario's, toepassingen en de vergelijkingstabel zijn onze eigen vertaling van het frame naar de praktijk.
Wel geschikt voor
- : Bestuurders en directieleden die richting moeten geven in markten waarin de spelregels binnen twee jaar totaal anders liggen
- : MT-leden die worstelen met de vraag hoe ze plannen moeten maken als hun aannames elk kwartaal verouderen
- : Strategie-, transformatie- en innovatieprofessionals die een frame zoeken voor het gesprek met hun raad van bestuur
- : Beleidsmakers en publieke bestuurders die zien dat traditionele planhorizonnen niet meer werken
- : Ondernemers die willen begrijpen waarom vertrouwde marktposities steeds korter houdbaar zijn
Minder geschikt voor
- : Lezers die een operationeel hands-on managementboek zoeken met stappenplannen en checklists
- : Wie op zoek is naar een technisch AI-boek: dit gaat over de bredere dynamiek, niet over prompts of tools
- : Mensen die van hun leesboek een eenduidige toekomstvoorspelling verwachten in plaats van een navigatiekader
Sterke punten
- + Sterk theoretisch frame van vier ordeningskrachten dat je meteen kunt gebruiken in strategiegesprekken
- + Combineert brede trendanalyse met concrete organisatie-implicaties, iets wat in Nederlandse strategieboeken zelden lukt
- + Neemt de menselijke maat serieus als strategische categorie, niet als HR-bijlage
- + Combineert de zeitgeist-blik van Tabarki met de strategische diepte van Hullegie, dat maakt het meer dan een trendrapport
Zwakke punten
- − 352 pagina's is fors voor een boek dat op sommige punten dezelfde these herhaalt in andere vormen
- − Weinig ruimte voor sector-specifieke uitwerking, de lezer moet zelf de vertaalslag naar zijn context maken
- − Wie *De komende golf* van Suleyman of *Nexus* van Harari kent, herkent een deel van de macrothese
Vergelijkbare boeken
Veelgestelde vragen
- Is dit boek geschikt als eerste strategieboek?
- Ja, mits je bereid bent om zelf de vertaalslag naar je organisatie te maken. Het boek geeft geen kant-en-klare methodiek à la Blue Ocean of OKR, maar wel een taal en een frame dat je in strategiegesprekken direct kunt gebruiken. Voor wie voor het eerst strategisch nadenkt op bestuursniveau is het een sterke starter.
- Hoe verschilt dit van *De komende golf* van Mustafa Suleyman?
- Suleyman analyseert vooral de technologiegolf zelf, met de nadruk op AI en synthetische biologie, en waarschuwt voor systeemrisico's. Tabarki en Hullegie zoomen breder in op de organiserende principes van onze samenleving en vertalen dat expliciet naar de bestuurstafel. Suleyman is scherper op techrisico, Tabarki en Hullegie zijn scherper op wat je maandag doet.
- Kan ik dit boek gebruiken in een sessie met mijn MT?
- Ja, het vier-ordeningskrachten-model leent zich uitstekend voor een MT-sessie. Een werkbare aanpak: laat elk MT-lid per as (autoriteit, plaats, waarde, menselijke maat) een concreet voorbeeld benoemen uit de eigen organisatie waar de verschuiving nu zichtbaar is. Dat brengt de these binnen twee uur van abstract naar praktisch.
- Is het niet vooral een trendboek dat over vijf jaar gedateerd is?
- De concrete voorbeelden verouderen zeker, dat geldt voor elk trendboek. Maar het frame van vier ordeningskrachten en de these dat verandering zelf versnelt zijn structureler. De auteurs beweren nadrukkelijk niet dat ze de toekomst kennen, ze beweren dat de manier waarop we naar de toekomst kijken toe is aan een update.
- Is dit een boek voor bestuurders of voor de werkvloer?
- Primair voor bestuurders, directie en MT, én voor strategie-, transformatie- en innovatieprofessionals. Voor de werkvloer is het abstract, tenzij die werkvloer zelf een adviserend of strategisch beroep uitvoert. Voor teamleiders is *Het High Impact MT* van Steven van den Heuvel een betere match op operationeel niveau.
- Bevat het boek concrete cases van Nederlandse organisaties?
- Ja, Tabarki en Hullegie werken met een mix van internationale en Nederlandse voorbeelden. De Nederlandse cases komen uit zowel private (grote corporates, mkb, familiebedrijven) als publieke sector (ministeries, uitvoeringsorganisaties, gemeenten). De focus ligt op de dilemma's die bestuurders hier écht op hun bureau krijgen.
- Wat als mijn organisatie eigenlijk juist stabieler wil worden?
- Dat is een legitieme keuze, maar het boek dwingt je die keuze bewust te maken. De valkuil is dat organisaties 'stabiliteit' verwarren met 'stilstand'. Het boek helpt je onderscheiden welke onderdelen bewust rustig mogen blijven (bijvoorbeeld je merkbelofte) en welke onderdelen juist wél wendbaar moeten zijn (bijvoorbeeld je operatie of governance).
- Hoe verhoudt dit zich tot *Nexus* van Harari?
- Harari kijkt vanuit de lange historische lijn naar informatienetwerken en de gevaren van AI-gedreven macht. Tabarki en Hullegie kijken vanuit het perspectief van de organisatie die daarin nu moet functioneren. Als je bestuurder bent en beide leest: Harari voor de historische diepte, Tabarki en Hullegie voor het strategische spoorboekje.
Lees ook

Kanteltijd
Jan Rotmans
Kanteltijd is de nieuwste bestseller van transitiehoogleraar Jan Rotmans en tegelijk het meest persoonlijke boek dat hij ooit heeft geschreven. Hij combineert wat hij het beste kan (scherpe systeemanalyse van klimaat, energie, landbouw, zorg en democratie) met wat hij eerder als hoogleraar buiten de deur hield: de innerlijke laag. Zijn stelling: wie de wereld wil kantelen, moet ook zichzelf durven kantelen, en de brandstof daarvoor is niet boosheid, maar wat hij spiritueel activisme noemt.
Ook over strategie en verandermanagement

De Veranderfilosoof
Daniël Wolfs
De Veranderfilosoof is geen hoe-boek, maar een zoektocht. Wolfs draait de gebruikelijke vraag 'hoe veranderen we sneller' om en stelt vier andere vragen die volgens hem aan de basis liggen van élke duurzame verandering: doen we de juiste dingen, waarom veranderen we eigenlijk, nemen we genoeg tijd, en is de afstand tussen mensen niet te groot geworden? Een rustig, eerlijk boek voor leiders die merken dat plannen alleen niet meer volstaat.
Ook over verandermanagement en leiderschap

Leiderschap in disruptieve tijden
Hans van der Molen
Hans van der Molen, senior partner bij Berenschot, verbindt de bekende VUCA-wereld met een verantwoordelijkheid die veel leiderschapsboeken laten liggen: de maatschappelijke context waarin je organisatie opereert. Een compact, doordacht boek dat leiderschap benadert langs de assen ontwikkeling, sturing, reputatie en taak, en dat expliciet doortrekt naar geopolitiek, kwetsbare democratie en publieke waarden.
Ook over strategie en verandermanagement

Organisatiekracht
Joost van der Kolk & Sjoerd Segijn & Chanté Zuidgeest & Lianne de Bie & Wouter ten Have
Organisatiekracht verbindt organisatiekunde en veranderkunde in één samenhangend raamwerk. De auteurs, verbonden aan Ten Have Change Management en de VU, laten zien dat structuur, gedrag en verandering nooit los van elkaar te ontwerpen zijn. Met het RIV-model, Richten, Inrichten en Verrichten, geven ze bestuurders, adviseurs en leidinggevenden een praktisch instrument om organisatievraagstukken doordacht aan te pakken in plaats van in modes en methodes te blijven hangen.
Ook over strategie en verandermanagement