Managementboekgids

Duurzaamheid

Planeetaardige zaken

Stampvol tips voor toekomstgerichte organisaties

Daniëlle de Jonge · Boom · 2026 · 264 pagina's

Bespreking door Erik van der Veen · Gepubliceerd

Cover van Planeetaardige zaken
Bekijk bij Managementboek.nl

Partnerlink. Jij betaalt niets extra.

In het kort

Daniëlle de Jonge, bekend van haar klantgerichtheidsboeken, richt haar praktische pen nu op duurzaam ondernemen. Planeetaardige zaken is een compact praktijkboek dat groene ambities vertaalt naar concrete acties, met het PLANT-model als rode draad en tientallen voorbeelden uit organisaties die de omslag al maken.

Ons oordeel in het kort

Beoordeling
7.8/10
Beste voor
Ondernemers die hun bedrijf toekomstbestendig willen maken zonder groenwas
Sla over als
Lezers die een academisch werk over klimaatwetenschap of systeemtheorie zoeken

De kern

"Duurzaamheid wordt zelden gestopt door gebrek aan idealisme, maar door gebrek aan handelingsperspectief. Wie zijn footprint wil verkleinen begint niet met een strategiedocument, maar met concrete zaken die morgen anders kunnen: inkoop, materiaalkeuze, energie, mensen en klantpropositie."

De belangrijkste lessen

  1. 1

    Begin bij zaken die je al doet, niet bij een nieuwe strategie

    De grootste duurzaamheidswinst zit zelden in een nieuwe missie, maar in het opnieuw bekijken van dagelijkse keuzes: welke leveranciers, welke materialen, welke verpakking, welke logistiek. Wie eerst optimaliseert wat er al is, houdt tijd over voor de moeilijker vraagstukken.

  2. 2

    Meet je handafdruk, niet alleen je voetafdruk

    Voetafdruk (wat je bedrijf verbruikt) is belangrijk, maar handafdruk (het positieve verschil dat je maakt) motiveert medewerkers en klanten sterker. Zichtbare impact is wat mensen bindt aan de reis. Rapporteer beide.

  3. 3

    Maak duurzaamheid concreet, niet moreel

    Bedrijven die duurzaamheid als ethische verplichting framen, verliezen intern draagvlak zodra het schuurt. Wie het framet als klantvraag, kostenpost of talentmagneet, houdt de discussie zakelijk en de beweging duurzaam. De moraal komt vanzelf mee.

  4. 4

    Kies één transitie tegelijk

    Organisaties die alles tegelijk willen (energie, materialen, ketens, mensen) verzanden in projectplannen. Kies één transitie waar je nu al draagvlak en meetbare impact hebt, boek daar zichtbare winst, en gebruik dat succes om de volgende transitie te financieren.

  5. 5

    Neem klanten mee in de reis

    Duurzame keuzes die je stilhoudt, leveren geen klantwaarde op. Communiceer wat je doet, hoe je het meet en waar je nog niet bent. Transparantie over wat nog niet lukt, wekt meer vertrouwen dan een claim die al te glad klinkt.

  6. 6

    Bouw een intern GreenTeam met mandaat

    Een groepje enthousiastelingen zonder budget of beslismacht is een symbool, geen motor. Zorg dat je duurzaamheidsteam dwars door de organisatie zit, een expliciet mandaat heeft en een lijn naar het MT. Anders gebeurt er niets buiten de rapportages om.

  7. 7

    Onderhandel scherp met leveranciers over duurzaamheid

    De grootste impact zit vaak niet in je eigen operatie, maar in je toeleveringsketen. Vraag leveranciers naar hun CO2-cijfers, materiaalkeuzes en arbeidsomstandigheden, en maak dit onderdeel van je selectiecriteria. Wie dit niet vraagt, koopt het risico gewoon in.

Waar gaat dit boek over?

Duurzaamheid is in de meeste organisaties inmiddels beleid. Het staat in het jaarverslag, er is een sustainability manager of een GreenTeam, er ligt een klimaatambitie. Toch veranderen de dagelijkse beslissingen, welke leverancier, welk materiaal, welke verpakking, welke logistiek, vaak amper. Planeetaardige zaken is geschreven voor de kloof daartussen: tussen wat een organisatie zegt te willen en wat ze feitelijk elke week besluit.

Daniëlle de Jonge doet iets bewust bescheidens. Ze schrijft geen nieuw ideologisch kader en geen nieuwe klimaatvisie. Ze geeft ondernemers, MT-leden en professionals een praktisch instrument om hun eigen bedrijf systematisch tegen het licht te houden en te ontdekken waar de eerstvolgende, haalbare stap zit. Dat maakt het boek aantrekkelijk voor precies de doelgroep die de meeste duurzaamheidsliteratuur negeert: de manager die het belangrijk vindt maar niet weet waar te beginnen.

De ondertitel, Stampvol tips voor toekomstgerichte organisaties, is geen loze belofte. Het boek is dichter bezaaid met concrete voorbeelden, vragen en werkvormen dan met theorie. Wie op zoek is naar een systeemanalyse van het kapitalisme of de klimaatwetenschap, is hier aan het verkeerde adres. Wie op zoek is naar een organisatiegids voor de eerste 100 duurzame beslissingen, zit goed.

Over de auteur

Daniëlle de Jonge is ondernemer, spreker en trainer, in Nederland vooral bekend van haar boeken over klantgerichtheid: Verleid de klant (2013), Human2Human (2015, herzien in 2022) en Extreem klantgericht (2019). Ze werkt sinds 2007 zelfstandig en presenteert Dé Klantenpodcast bij BNR.

Met Planeetaardige zaken verlegt ze haar aandacht van klantcontact naar duurzaam ondernemen, maar de stijl blijft dezelfde: nuchter, praktijkgericht, met humor en zonder jargon. Waar veel duurzaamheidsauteurs vanuit activisme of wetenschap schrijven, schrijft De Jonge vanuit het perspectief van de bedrijfsvoerder die het gewoon uitvoerbaar wil hebben. Dat is de belangrijkste toegevoegde waarde van dit boek.

Het PLANT-model in het kort

De rode draad is het PLANT-model, een raamwerk dat organisaties helpt om duurzame keuzes systematisch te doorlopen op verschillende niveaus. Het model dwingt je om niet blijven hangen in symbolische acties (de plastic bekertjes vervangen) en tegelijk niet te verlammen door de grote systeemvraag (kunnen we überhaupt duurzaam ondernemen?). Het leidt je door de organisatie: propositie, processen, mensen, materialen en ketens, en dwingt op elke laag tot een concrete vervolgstap.

De kracht is dat het model geen ambitieniveau voorschrijft. Een middelgrote installateur kan er andere conclusies uithalen dan een supermarktketen of een consultancyfirma. Wat overblijft is de discipline: op elk niveau minstens één beweging maken, en die meten.

De belangrijkste lessen

1. Begin bij zaken die je al doet

De klassieke fout is dat organisaties duurzaamheid framen als een nieuwe portefeuille die bovenop het bestaande werk komt. Dat is een garantie voor traagheid: er komt een aparte strategie, een aparte projectgroep en een aparte rapportage, terwijl de dagelijkse business gewoon doorgaat zoals altijd.

De Jonge draait dit om. Kijk eerst waar je nu al beslissingen neemt (inkoop, marketing, HR, product development) en vraag je bij elke terugkerende beslissing af: kan dit anders? Welke leverancier vervangen we volgend kwartaal? Welke verpakking herzien we bij de volgende ronde? Welke energiebron wordt bij de contractverlenging opnieuw geëvalueerd? Deze insteek maakt duurzaamheid onderdeel van bestaande workflows in plaats van een parallel spoor.

2. Meet je handafdruk, niet alleen je voetafdruk

Voetafdruk (wat je bedrijf verbruikt en uitstoot) is inmiddels een verplicht onderwerp. Handafdruk (het positieve verschil dat je maakt in de wereld) krijgt veel minder aandacht, en dat is een gemiste kans. Voetafdruk motiveert door schuld, handafdruk motiveert door trots. Voor het opbouwen van intern draagvlak en klantverbondenheid is dat tweede minstens zo belangrijk.

De praktische aanbeveling: rapporteer beide. Een productbedrijf kan bijvoorbeeld communiceren hoeveel CO2 het bespaart doordat klanten met zijn product langer met bestaande apparatuur doen. Een advieskantoor kan zichtbaar maken hoeveel duurzame transities het bij klanten heeft helpen versnellen. Deze framing houdt duurzaamheid uit de morele hoek en in het strategische gesprek.

3. Maak duurzaamheid concreet, niet moreel

Zodra duurzaamheid in een organisatie wordt geframed als "het juiste doen", loop je twee risico's. Ten eerste: mensen die de moraal niet delen, haken af. Ten tweede: zodra de omzet onder druk komt, wordt duurzaamheid als eerste geschrapt omdat het als luxe voelt.

De houdbare frame is een zakelijke: klanten vragen erom, talent kiest er organisaties op uit, kosten worden lager op de lange termijn, risico's op regelgeving en reputatie worden kleiner. De moraal komt vanzelf mee zodra de bedrijfslogica klopt. Wie het omgekeerd probeert, houdt duurzaamheid altijd op het niveau van goede bedoelingen.

4. Kies één transitie tegelijk

Organisaties die energie, materialen, ketens én cultuur tegelijk willen aanpakken, verzanden in projectplannen. Wat werkt is precies één transitie kiezen waar je nu al draagvlak, kennis en meetbare impact hebt. Boek daar zichtbare winst, en gebruik dat succes om de volgende transitie te financieren en te legitimeren.

Voor een productiebedrijf kan dat energie zijn (zonnepanelen, warmtepompen, restwarmte). Voor een dienstverlener personeel (mobiliteit, thuiswerken, HR-processen). Voor een handelsonderneming inkoop (materiaalkeuze, transportketens, leverancierscriteria). De valkuil is ambitie zonder focus; het geneesmiddel is één ding echt afmaken.

5. Neem klanten mee in de reis

Veel bedrijven doen goede dingen en vertellen daar niets over. Angst voor greenwashing-verwijten leidt tot stilzwijgen, en stilzwijgen levert geen klantwaarde op. De uitweg is niet minder communiceren, maar transparanter: benoem wat je doet, hoe je het meet en waar je nog niet bent.

Een claim als "wij zijn 100% duurzaam" wekt argwaan. Een claim als "onze CO2-uitstoot per product is dit jaar 18% gedaald, ons doel is 40% in 2028, hier is onze aanpak en dit is waar we vastlopen" wekt vertrouwen. Klanten zijn niet dom, maar ze zijn wel moe van glossy claims. Ruwheid is de nieuwe geloofwaardigheid.

6. Bouw een GreenTeam met mandaat

Een groepje enthousiastelingen dat zonder budget of beslismacht duurzaamheid moet 'organiseren', is een symbool. Ze produceren nieuwsbrieven en organiseren een fietsdag, en de kernprocessen blijven onaangetast. Een effectief duurzaamheidsteam heeft drie kenmerken: het zit dwars door de organisatie (dus in inkoop, in HR, in operations, in marketing), het heeft een expliciet mandaat om beslissingen te beïnvloeden, en het rapporteert rechtstreeks aan een MT-lid met eigenaarschap.

Zonder deze drie is elke ambitie een intentieverklaring. Met deze drie beweegt de organisatie ook op de dagen dat er geen jaarrapportage moet worden opgesteld.

7. Onderhandel scherp met je leveranciers

Voor de meeste bedrijven zit 60 tot 90 procent van de milieuvoetafdruk in de keten, niet in de eigen operatie. Dat betekent dat de grootste hefboom bij inkoop ligt, niet bij HR of marketing. Toch is inkoop vaak het minst betrokken bij duurzaamheidsprogramma's.

De praktische stap: neem duurzaamheid op als criterium in leverancierselectie en contractverlenging. Vraag leveranciers naar CO2-cijfers per eenheid, materiaalherkomst, arbeidsomstandigheden en circulaire retourroutes. Wie deze vragen niet stelt, koopt het risico van de leverancier onbewust mee. Wie ze wel stelt, verplaatst een deel van de innovatiedruk naar de partijen die het beste geplaatst zijn om het op te lossen.

Drie scenario's uit de praktijk

Scenario 1: het middelgrote familiebedrijf

Een derde generatie ondernemer van een productiebedrijf met 80 medewerkers voelt de druk van klanten, verzekeraars en jongere personeelsleden om te verduurzamen. Hij weet niet waar te beginnen; alles voelt tegelijk urgent en onhaalbaar.

De valkuil. Hij besluit tot een grote strategische heroriëntatie: een externe consultant, een klimaatambitie op tien jaar, een uitgebreid rapport. Een half jaar later ligt het document in de kast, en de operatie is niet veranderd.

De aanpak. Via het PLANT-model kiest hij één transitie: energie. Zonnepanelen op het dak, een warmtepomp voor de kantoren, en een gesprek met de energieleverancier over herkomst. Meetbaar effect binnen twaalf maanden: 40% minder CO2 in scope 1 en 2, en een terugverdientijd van zes jaar op de investering. Met dat succes in de hand start hij volgend jaar de tweede transitie: verpakkingen.

Scenario 2: het adviesbureau

Een consultancy van 60 professionals ziet dat opdrachtgevers steeds vaker vragen naar duurzaamheidsbeleid, en dat jong talent op sollicitatiegesprekken naar dezelfde vraag informeert. Ze hebben geen productieproces, dus voelen zich vaak schuldig-goedkoop weg met "wij zijn een dienstverlener, dus onze impact is klein".

De aanpak. Voetafdruk is inderdaad relatief klein (energie, reizen, IT). Handafdruk is groot: de projecten die ze doen. Ze richten twee dingen in: een intern criterium dat elke opdracht scoort op duurzaamheidsbijdrage (van neutraal tot uitgesproken helpend), en een externe rapportage over hoeveel duurzame transities ze bij klanten hebben helpen realiseren. Dat wordt een verkoopargument én een medewerker-magneet.

Scenario 3: de handelsonderneming

Een groothandel importeert consumentengoederen uit Azië en verkoopt aan Europese retailers. Ketenimpact is dominant, eigen operatie is klein.

De aanpak. De belangrijkste hefboom is leveranciersonderhandeling. Ze herzien hun selectiecriteria en voegen drie duurzaamheidsvragen toe die elke nieuwe leverancier moet beantwoorden: CO2 per eenheid, materiaalherkomst en arbeidsomstandigheden. Bestaande leveranciers krijgen twee jaar om te leveren of eruit te vallen. Parallel starten ze een programma waarbij vijf leveranciers actief geholpen worden om zich te verbeteren, in ruil voor langere contracten. Dit levert klantwaarde op (retailers willen dit) en operationele veerkracht.

Sterke punten

De grootste kracht is toegankelijkheid. Duurzaamheidsliteratuur is vaak zwaar, moralistisch of academisch. Planeetaardige zaken is geen van deze drie. Het leest vlot, gebruikt herkenbare voorbeelden en biedt aan het einde van elk hoofdstuk vragen die je direct in een MT- of teamsessie kunt gebruiken.

Een tweede kwaliteit is de bewuste keuze voor uitvoerbaarheid boven volledigheid. De Jonge schrijft niet de definitieve gids voor duurzaam ondernemen. Ze schrijft de gids voor de eerste beweging, en die beperking is een deugd. Wie het boek uit heeft, weet welke drie of vier stappen hij deze maand kan zetten. Dat is meer dan de meeste boeken opleveren.

De derde kwaliteit is de nadruk op interne organisatie: GreenTeams met mandaat, cross-functionele werkgroepen, MT-eigenaarschap. Veel duurzaamheidsliteratuur gaat vooral over externe communicatie en compliance. De Jonge werkt vanaf de binnenkant, en dat is precies waar de verandering moet gebeuren.

Zwakke punten

Wie diep in duurzaamheidsstrategie zit, vindt hier weinig conceptueel nieuws. Concepten als footprint versus handafdruk, cross-functionele werkgroepen en transparant rapporteren zijn bekend voor wie de literatuur volgt. De waarde zit dan in de Nederlandse voorbeelden en het toegankelijke taalgebruik, niet in nieuwe kaders.

Verder mist het boek een grondige behandeling van de politiek-economische context waarin bedrijven opereren. Onderwerpen als koolstofbeprijzing, CSRD-rapportageverplichtingen, EU-regelgeving en de wisselwerking tussen overheidsbeleid en bedrijfsbeslissingen komen op de achtergrond aan bod. Wie precies wil begrijpen wat er de komende drie jaar op zijn organisatie afkomt vanuit Brussel en Den Haag, moet aanvullend materiaal lezen (het boek van Karine Vandenberghe over ESG is daarvoor een logische aanvulling).

Ten slotte is de brede scope soms een nadeel. Waar het boek in food, retail en dienstverlening comfortabel opereert, blijft de behandeling van bijvoorbeeld financiële dienstverlening, tech-bedrijven of publieke sector oppervlakkiger. Wie in een van deze sectoren werkt, moet zelf vertalen.

Vergelijking met andere boeken

Doughnut Economics, Kate Raworth

Raworth levert het conceptuele model waarin duurzaam ondernemen past: een economie die zowel de sociale ondergrens (basisbehoeften) respecteert als de ecologische bovengrens (planetaire grenzen). Theoretisch scherp, macro-economisch georiënteerd, minder direct toepasbaar op individuele organisaties. Planeetaardige zaken is de praktijkzijde van diezelfde medaille.

De ROI van duurzaamheid, Karine Vandenberghe

Vandenberghe (2025, Lannoo) legt de zakelijke case voor ESG-strategie theoretisch scherp neer. Meer aandacht voor rapportageverplichtingen, financiële mechanismen en strategische positionering. Complementair aan De Jonge: waar Vandenberghe uitlegt waarom duurzaamheid financieel rendeert, laat De Jonge zien hoe je dat operationeel realiseert.

Green Hearts, Great Business, Manon van Leeuwen

De derde titel uit de duurzaamheidshoek op de longlist Managementboek van het Jaar 2026. Iets meer gericht op cultuur, purpose en leiderschap; iets minder op operationele beslissingen dan De Jonge.

The Regenerative Business, Carol Sanford

Voor wie voorbij "minder slecht" wil naar "actief regeneratief". Dieper, filosofischer, minder toegankelijk. Pak dit boek nadat je bij De Jonge de eerste beweging hebt gemaakt.

Extreem klantgericht, Daniëlle de Jonge

Haar eigen eerdere boek over klantgerichtheid. Dezelfde toon, dezelfde structuur, ander onderwerp. Wie de stijl van De Jonge kent, weet wat hij hier krijgt: nuchter, praktisch, zonder franje.

Welk boek wanneer?

Wat zoek je? Pak dit boek
Praktische starterskit voor duurzaam ondernemen Planeetaardige zaken
Zakelijke onderbouwing en ESG-strategie De ROI van duurzaamheid
Macro-model achter duurzaam ondernemen Doughnut Economics
Diepgaande visie op regeneratief bedrijfsleven The Regenerative Business
Culturele en leiderschapskant van duurzaamheid Green Hearts, Great Business

Mijn oordeel

Planeetaardige zaken is geen boek dat de duurzaamheidsliteratuur omgooit. Het hoeft dat ook niet. Wat Daniëlle de Jonge doet, is iets waardevollers dan vernieuwen: ze ontsluit een onderwerp voor een doelgroep die door de meeste literatuur is genegeerd. De MKB-ondernemer, de MT-leden zonder ESG-achtergrond, de teamleider die duurzaamheid wel belangrijk vindt maar niet weet waar te beginnen, krijgen hier een leesbaar en direct bruikbaar handboek in handen.

De Jonge is als auteur een betrouwbare gids. Ze verkoopt niks anders dan wat er in de kaft zit: geen revolutie, maar wel een systematische, uitvoerbare eerste beweging. Voor lezers die haar eerdere werk kennen, is de stijl vertrouwd. Voor nieuwe lezers is dit een prima entree.

De beperkingen zijn eerlijk. Wie diepere theorie zoekt, moet elders lezen. Wie exhaustief rapportageadvies wil, ook. Maar voor de brede middenmoot van Nederlandse organisaties die "iets met duurzaamheid" moet gaan doen en nog niet weet hoe: dit is een van de nuttigste boeken van het afgelopen jaar. Niet toevallig staat het op de longlist voor Managementboek van het Jaar 2026.

Koop dit boek als…

  • Je ondernemer of MT-lid bent en duurzaamheid van de agenda naar de operatie wilt brengen
  • Je een GreenTeam wilt oprichten of activeren en concrete werkvormen zoekt
  • Je collega's overtuigingskracht mist zonder in moraliserende taal te vervallen
  • Je een teamboek zoekt om samen door te werken met concrete opdrachten per hoofdstuk
  • Je in een MKB werkt en de meeste ESG-literatuur je te corporate voelt

Sla dit boek over als…

  • Je diepgaand ingelezen bent in ESG en circulaire economie
  • Je een strategische visie op klimaatbeleid en macro-economie zoekt
  • Je in een pure tech- of financiële sector werkt waar de voorbeelden minder aansluiten
  • Je op zoek bent naar een filosofisch werk over de aarde en menselijk gedrag

Eindscore

Criterium Score
Praktische toepasbaarheid 8/10
Leesbaarheid 9/10
Originaliteit 6/10
Geschikt voor beginners 8/10
Algeheel oordeel 8/10

Een aanrader voor iedere ondernemer en manager die duurzaamheid serieus wil nemen zonder in ideologie of complexiteit te verzuipen. Een boek dat je in een weekend uit hebt en waarvan je maandag drie dingen anders kunt doen. Dat is precies de belofte, en die maakt De Jonge waar.

Transparantie: Deze bespreking is geschreven op basis van publieke uitgeversinformatie (Boom Uitgevers), interviews met de auteur, publieke recensies (Managementboek.nl) en de vermelding op de longlist Managementboek van het Jaar 2026. De uitwerking van de zeven lessen en de scenario's is onze vertaling van de kernprincipes van het boek naar herkenbare praktijksituaties; specifieke voorbeelden uit het boek zelf zijn hier niet letterlijk overgenomen.

Wel geschikt voor

  • : Ondernemers die hun bedrijf toekomstbestendig willen maken zonder groenwas
  • : Sustainability managers, CSO's en ESG-leads die interne beweging zoeken
  • : MT-leden die duurzaamheid van intentie naar uitvoering willen brengen
  • : Leden van GreenTeams die intern draagvlak moeten bouwen
  • : Marketeers en accountmanagers die duurzame proposities geloofwaardig willen positioneren

Minder geschikt voor

  • : Lezers die een academisch werk over klimaatwetenschap of systeemtheorie zoeken
  • : Cynici die duurzaamheid vooral als marketingprobleem zien
  • : Wie een boek zoekt over persoonlijke ecologische levensstijl in plaats van organisaties

Sterke punten

  • + Vertaalt abstract duurzaamheidsjargon naar concrete bedrijfsbeslissingen
  • + Realistisch optimisme: laat zien wat er al werkt zonder de complexiteit te bagatelliseren
  • + Herkenbare Nederlandse voorbeelden uit food, retail, industrie en dienstverlening
  • + Compact en toepasbaar, geschikt voor teamsessies en MT-agendapunten

Zwakke punten

  • Wie ver in de duurzaamheidsmaterie zit, vindt hier weinig nieuws
  • De brede scope betekent dat sectorspecifieke vraagstukken soms kort door de bocht gaan
  • Weinig aandacht voor de politieke en macro-economische context waarin bedrijven opereren

Vergelijkbare boeken

  • : Doughnut Economics, Kate Raworth
  • : De ROI van duurzaamheid, Karine Vandenberghe
  • : Green Hearts, Great Business, Manon van Leeuwen
  • : The Regenerative Business, Carol Sanford
  • : Extreem klantgericht, Daniëlle de Jonge

Veelgestelde vragen

Is dit boek geschikt als eerste kennismaking met duurzaam ondernemen?
Ja. De Jonge schrijft zoals altijd toegankelijk en concreet. Wie nog nooit gestructureerd naar zijn organisatie heeft gekeken vanuit duurzaamheid, krijgt hier een bruikbaar startpunt met concrete acties. Voorkennis is niet nodig.
Ik werk in een grote onderneming met een bestaand ESG-programma. Voegt dit boek nog wat toe?
Ja, maar op een andere manier. Voor doorgewinterde ESG-leads is de theorie bekend. De waarde zit dan in het praktische taalgebruik dat je kunt gebruiken om collega's buiten het duurzaamheidsteam mee te krijgen. Een goed cadeau voor een MT-lid dat duurzaamheid nog steeds vaag vindt.
Gaat het boek over B2C, B2B of allebei?
Allebei. De voorbeelden komen uit food, retail, industrie, dienstverlening en professional services. Het PLANT-model werkt zowel voor bedrijven die aan consumenten leveren als voor B2B-organisaties die duurzaamheid in hun proposities willen verwerken.
Hoe verhoudt dit boek zich tot De ROI van duurzaamheid van Karine Vandenberghe?
Ze zijn complementair. Vandenberghe legt de zakelijke case voor duurzaamheid theoretisch scherp neer met veel ESG-strategie. De Jonge is praktischer en meer verhalend, met de nadruk op wat je maandag kunt doen. Wie het eerste al gelezen heeft, vindt in Planeetaardige zaken vooral extra praktijkvoorbeelden en werkvormen.
Werkt dit boek ook voor kleine bedrijven of alleen voor multinationals?
Juist voor MKB. De meeste ESG-literatuur richt zich op rapportageverplichtingen die pas bij grote ondernemingen spelen. De Jonge werkt op operationeel niveau: leveranciers, energie, materialen, teamgesprekken. Dat is precies wat MKB-eigenaren kunnen sturen zonder een compliance-afdeling.
Wat is de PLANT-methode precies?
De rode draad is een model dat de auteur gebruikt om duurzame keuzes op verschillende niveaus in kaart te brengen: van propositie en processen tot mensen en materialen. Elk hoofdstuk voegt een laag toe met een set concrete vragen die je op je eigen organisatie kunt loslaten.
Krijg ik hier ook harde cijfers en business cases?
Cijfers wel, maar het boek is bewust geen calculatiemodel. Voor investeringsberekeningen en payback-analyses moet je andere bronnen erbij pakken. De Jonge geeft je de vragen die je zou moeten stellen; de sommen maak je zelf, of samen met de finance-collega.
Is dit een boek dat ik in mijn eentje moet lezen of samen met mijn team?
Het lijst goed voor teamlezen. Aan het einde van elk hoofdstuk staan reflectievragen die zich lenen voor MT-sessies of GreenTeam-bijeenkomsten. Wie er alleen doorheen leest, mist de helft van de waarde.

Lees ook

AI Snake Oil

Arvind Narayanan & Sayash Kapoor

AI Snake Oil is de meest nuchtere gids door de AI-hype die op dit moment beschikbaar is. Princeton-onderzoekers Arvind Narayanan en Sayash Kapoor leggen messcherp uit welke AI-toepassingen aantoonbaar werken (generatieve modellen zoals ChatGPT), welke ronduit nep zijn (predictieve AI voor zachte uitkomsten als sollicitatieprestatie of recidive), en welke iets daartussenin. Voor managers die AI-leveranciers moeten beoordelen, AI-investeringen moeten verdedigen of intern beleid moeten maken, is dit het tegengif tegen de demo-PowerPoints.

Ook over ondernemerschap en strategie

Vergelijk de twee →

Cover van Veranderen voor de toekomst

Veranderen voor de toekomst

Jaap Boonstra & Marjo Dubbeldam

Jaap Boonstra, Nederlands meest geciteerde auteur over verandermanagement, en Marjo Dubbeldam verbinden verandervermogen aan maatschappelijke opgaven. Het boek is geen zoveelste verandermethode, maar een uitnodiging om organisaties zo te veranderen dat ze bijdragen aan een wereld die werkt voor meer dan alleen aandeelhouders.

Ook over duurzaamheid en strategie

Vergelijk de twee →

Cover van AI-selling

AI-selling

Patrick Petersen

Patrick Petersen levert een compacte gids voor verkoopteams die AI willen inzetten zonder zich te verliezen in toolovervloed. Klein in omvang, helder in boodschap: AI verandert het verkoopvak, maar de mens blijft de regisseur.

Ook over strategie

Vergelijk de twee →

Cover van Sales, Oprecht & ontspannen

Sales, Oprecht & ontspannen

Klaas Kroezen

Klaas Kroezen keert de gangbare salesretoriek de rug toe: harde targets en pressure-tactieken werken steeds minder. Oprechtheid en ontspanning blijken krachtigere wegen naar duurzame omzet én tevreden klanten.

Ook over ondernemerschap

Vergelijk de twee →