Managementboekgids

Communicatie

No-nonsense coaching, de basics

Effectieve gespreksvoering voor iedereen

Yvette Konjanan & Marielle Rumph · Boom · 2026 · 176 pagina's

Bespreking door Erik van der Veen · Gepubliceerd

Cover van No-nonsense coaching, de basics
Bekijk bij Managementboek.nl

Partnerlink. Jij betaalt niets extra.

In het kort

No-nonsense coaching, de basics is een compact en nuchter boek dat coachvaardigheden ontdoet van jargon en methodegetouwtrek. Konjanan en Rumph laten zien hoe je met een coachende, volwassen houding anderen in beweging krijgt zonder hun verantwoordelijkheid over te nemen, en hoe je gesprekken voert die stevig, empathisch en gelijkwaardig zijn.

Ons oordeel in het kort

Beoordeling
8.3/10
Beste voor
Managers die medewerkers willen laten groeien zonder alles zelf op te lossen
Sla over als
Ervaren coaches met een gedegen opleiding in ACT, TA, NLP of systemisch werk

De kern

"Coachen is geen kunst voor coaches, het is een vaardigheid voor iedereen die gesprekken voert. Wie leert luisteren, doorvragen en de verantwoordelijkheid bij de ander laten, doet meer met minder woorden dan wie helpt, adviseert of oplossingen aandraagt."

De belangrijkste lessen

  1. 1

    Onderscheid helpen, adviseren en coachen

    Helpen zet de ander in de passieve stoel, adviseren neemt de denkactiviteit over, coachen laat de verantwoordelijkheid waar hij hoort. Wie deze drie modi door elkaar gebruikt, krijgt onvoorspelbare gesprekken en frustratie aan beide kanten.

  2. 2

    Luister langer dan comfortabel is

    De meeste leidinggevenden luisteren te kort, springen te snel in met een oplossing of een eigen verhaal. De ander voelt zich dan gehoord op formulering, niet op inhoud. Twee tellen stilte na een antwoord levert vaker het echte probleem op dan drie doorvragen.

  3. 3

    Doorvragen zonder ondervragen

    Een goede coachvraag verplaatst het denken, niet de spanning. 'Wat is voor jou hier het echte punt?' opent, 'waarom heb je dat gedaan?' sluit. Wie het verschil voelt tussen open en verhorend, coacht al met een fractie van de tools.

  4. 4

    Volwassen gesprekken zijn stevig, empathisch en gelijkwaardig tegelijk

    Empathie zonder stevigheid maakt je een luisterend oor zonder invloed. Stevigheid zonder empathie maakt je een baas met een agenda. De combinatie, met gelijkwaardigheid als bodem, is waar echte beweging ontstaat.

  5. 5

    Laat de verantwoordelijkheid waar hij hoort

    Zodra jij het probleem overneemt, houdt de ander op na te denken. Coachend luisteren betekent dat je iemand in zijn eigen worsteling laat blijven totdat er een eigen idee opkomt. Dat is oncomfortabel voor jou, maar het levert eigenaarschap op.

  6. 6

    Coach op patroon, niet op incident

    Één keer te laat is een gebeurtenis, drie keer te laat is een patroon. Wie iedere keer alleen naar het incident kijkt, mist het echte gesprek. Benoem het patroon, en de ander kan ineens iets doen aan wat hij niet zag.

  7. 7

    Sluit elk gesprek af met eigenaarschap

    Een coachend gesprek zonder concrete volgende stap is een goed gesprek dat niets verandert. Vraag altijd: wat ga jij nu doen, wanneer, en hoe merken we of het gewerkt heeft. Zonder die drie is het gesprek een pauze, geen interventie.

Waar gaat dit boek over?

Coachen wordt in veel organisaties nog steeds gepresenteerd als een specialisme, iets wat je uitbesteedt aan een gecertificeerde professional met een uur-op-een-donderdag. No-nonsense coaching, de basics zet daar een nuchtere andere gedachte tegenover: coachen is een houding en een set basisvaardigheden die iedereen die gesprekken voert kan leren. Managers, teamleiders, HR-adviseurs, projectleiders, zelfs collega's onderling, iedereen die wel eens een gesprek voert waarin de ander mag denken en beslissen, heeft baat bij deze vaardigheden.

Konjanan en Rumph, beiden trainer en coach bij NONONS, maken bewust een compact boek. Geen theoretisch fundament met dertig modellen, geen catalogus aan technieken uit ACT, TA of NLP, maar de kernvaardigheden die het verschil maken tussen een gesprek dat verzandt in adviezen en een gesprek dat de ander in beweging brengt.

Over de auteurs

Yvette Konjanan en Marielle Rumph werken beiden als opleider, trainer en coach bij NONONS, een Nederlandse organisatie die al jaren opleidt in no-nonsense coaching. Rumph schreef eerder samen met Anne de Jong twee eerdere boeken in deze reeks: No-nonsense coaching (voor coaches) en De bekendste methodieken voor no-nonsense coachen (over ACT, TA, NLP, systemisch werk, Voice Dialogue en oplossingsgericht coachen). De basics is daarmee de meest toegankelijke uitwerking van hetzelfde gedachtegoed: eerst de houding en de vaardigheden, methodische verdieping komt later.

De keuze om Konjanan en Rumph samen dit boek te laten schrijven maakt het beter. Rumph brengt de trackrecord van eerdere boeken en de didactische lijn, Konjanan brengt de recente praktijkervaring van dagelijks werken met leidinggevenden die géén coach zijn maar wel coachend moeten werken. Dat maakt de voorbeelden herkenbaar voor de doelgroep waar het boek zich op richt.

De filosofie van no-nonsense coaching

De rode draad door de no-nonsense-reeks, en zichtbaar in de basics, is een pragmatisch tegengeluid tegen twee polen die in coachingliteratuur regelmatig botsen. De ene pool: het zweverige, dat vertelt dat je alleen maar hoeft te luisteren en de rest komt vanzelf. De andere pool: het methodische, dat je overlaadt met interventies, protocollen en modellen tot je door de bomen het gesprek niet meer ziet.

No-nonsense zit daartussen. Concreet zonder tactisch te worden, aandachtig zonder passief te worden, methodisch zonder rigide te worden. De auteurs noemen het een volwassen gesprekshouding: stevig genoeg om de ander te confronteren met wat je opmerkt, empathisch genoeg om aangesloten te blijven, gelijkwaardig genoeg om de verantwoordelijkheid niet te grijpen.

De 7 lessen uitgewerkt

Les 1, Onderscheid helpen, adviseren en coachen

De belangrijkste denkfout in coachingliteratuur is dat "gewoon luisteren" en "goede vragen stellen" hetzelfde zijn als coachen. Konjanan en Rumph maken hier een scherp onderscheid tussen drie modi die door elkaar heen lopen in de meeste werkgesprekken.

Helpen is de ander praktisch bijstaan. Waardevol, maar zet de ander in een afhankelijke rol. Adviseren is jouw kennis inbrengen op zijn vraag. Vaak nuttig, maar neemt de denkactiviteit over. Coachen is de ander helpen zijn eigen gedachtegang te maken, zonder de conclusie voor te kauwen.

Elk van deze drie modi kan passend zijn. De valkuil is dat leidinggevenden vaak automatisch tussen helpen en adviseren wisselen zonder ooit in de coachmodus te komen. Terwijl juist die derde modus eigenaarschap oplevert.

Vuistregel. Voordat je op iets reageert, vraag jezelf: wil ik dat de ander leert, of dat het probleem weg is? Als het antwoord "leert" is, kies coachen. Als het "weg" is, kies helpen of adviseren. Bewust kiezen is de eerste stap.

Les 2, Luister langer dan comfortabel is

De grootste luisterfout in werkgesprekken is niet dat we niet luisteren, maar dat we te kort luisteren. Meestal 5 tot 10 seconden korter dan het punt waar de ander écht bij zou uitkomen. We springen in met een vraag, een geluid, een eigen ervaring, en verstoren precies het moment waarop de ander verder had willen denken.

Konjanan en Rumph koppelen dit expliciet aan wat zij "de stilte na de zin" noemen. Na een antwoord van de ander volgt bij goede coaches vaak een paar seconden stilte. Niet zwaar of dramatisch, gewoon ruimte. In die stilte gebeurt iets dat in het lopen praten nooit gebeurt: de ander gaat door met denken, en zegt de tweede zin. Vaak is dat de echte.

Oefening. Neem in je volgende vijf gesprekken één afspraak met jezelf: tel na elk antwoord van de ander drie tellen voordat je reageert. Ongemakkelijk in het begin. Effectief bijna direct.

Les 3, Doorvragen zonder ondervragen

Doorvragen is een vaardigheid met een subtiele grens. Aan de ene kant staat de open coachvraag die de ander uitnodigt zelf verder te denken. Aan de andere kant het verhoor: een aaneenschakeling van "waarom?", "hoe kwam dat?", "en wat toen?" die de ander in de verdediging drukt.

Het verschil zit in de intentie én in de formulering. Verplaatsend ("wat is voor jou hier het echte punt?", "wat maakt dat je dat lastig vindt?") opent de denkruimte. Achtervolgend ("waarom deed je dat dan?", "wist je dat niet?") sluit hem.

Vier vragen die de auteurs als goud noemen omdat ze bijna altijd werken:

  • "Wat maakt dit voor jou nu belangrijk?"
  • "Wat heb je al geprobeerd?"
  • "Wat zou je willen dat er over drie maanden anders is?"
  • "Wat weerhoudt je nu?"

Wie deze vier vragen goed doseert, komt met verrassend weinig ander gereedschap ver.

Les 4, Volwassen gesprekken: stevig, empathisch en gelijkwaardig

Dit is de centrale metafoor van het boek. Konjanan en Rumph noemen het volwassen gespreksvoeren en definiëren het langs drie dimensies die tegelijk aanwezig moeten zijn.

Stevig: je durft te benoemen wat je waarneemt, ook als het spannend is. Je verzacht niet elk gevoelig punt tot het onherkenbaar is. Je durft "ik zie dat je hier boos van wordt" te zeggen zonder eromheen te draaien.

Empathisch: je blijft aangesloten op wat er in de ander gebeurt. Je maakt niet van elk gesprek een prestatiegesprek. Je herkent emotie zonder erdoor overgenomen te worden.

Gelijkwaardig: je stapt uit de rol van baas of expert. Niet omdat hiërarchie er niet toe doet, maar omdat de vaardigheid werkt vanuit gelijkwaardigheid. Zodra jij van bovenaf spreekt, verdwijnt de coachruimte.

De valkuil is dat de meeste leidinggevenden goed zijn op één van deze drie dimensies, redelijk op een tweede, en zwak op de derde. Empathische leiders missen soms stevigheid. Stevige leiders vergeten empathie. Adviesgerichte experts denken vanuit expertise, niet vanuit gelijkwaardigheid.

Zelftest. Op welke van de drie dimensies scoor je van nature het laagst? Dat is jouw ontwikkelrichting, en waarschijnlijk het punt waar je gesprekken vaak vastlopen.

Les 5, Laat de verantwoordelijkheid waar hij hoort

Dit is de moeilijkste les voor mensen met een sterke oplossingsdrang. Coachen vraagt dat je iemand in zijn eigen worsteling laat blijven, zelfs als je zelf al ziet wat de oplossing is. Zodra jij het probleem overneemt, houdt de ander op met nadenken.

Konjanan en Rumph noemen dit de aap op de schouder. Elke medewerker komt met een aap, een probleem, op zijn schouder je kantoor binnen. De vraag is niet: hoe help ik hem met zijn aap. De vraag is: hoe zorg ik dat de aap op zijn schouder blijft zitten, ook als hij weer wegloopt.

Concrete tekens dat de aap op jouw schouder is gesprongen:

  • Je zegt "ik regel dat wel even"
  • Je stuurt een mail namens de ander
  • Je belt namens hem met de betrokken partij
  • Je hoort jezelf een oplossing uitleggen die hij niet vroeg

Elk van deze momenten is een leerkans. Kun je in plaats daarvan een coachende vraag stellen die hem zijn eigen aap laat dragen?

Les 6, Coach op patroon, niet op incident

Veel gesprekken over ontwikkeling gaan over losse incidenten: één deadline gemist, één slecht presentatiemoment, één ruzie in het team. Ze vergeten dat het patroon veel meer zegt dan het incident.

Wie iedere keer alleen op incidenten coacht, blijft in de reactieve stand hangen: dit is fout, dat is fout, hier is een verbeterpunt. Wie patronen benoemt, verplaatst het gesprek van "wat deed je" naar "wat maakt dat dit steeds gebeurt". Dat is een fundamenteel ander gesprek.

Voorbeeld. Een teamlid mist drie deadlines in twee maanden. In de klassieke stand: gesprek over deadline 3. In de patroon-stand: "Wat me opvalt, is dat we hier voor de derde keer over spreken. Wat gebeurt er dat je dit patroon niet doorbreekt?"

Het verschil in effect is groot. Bij incidentcoaching corrigeert de ander één keer. Bij patrooncoaching moet hij iets zien over zijn eigen manier van werken, en dat inzicht draagt hij mee naar de volgende drie situaties.

Les 7, Sluit elk gesprek af met eigenaarschap

Een coachend gesprek zonder concrete volgende stap is een gesprek dat goed voelde maar niets verandert. Konjanan en Rumph zijn hier expliciet: goed luisteren is niet genoeg, de afsluiting bepaalt of het gesprek werk verzet of alleen tijd invulde.

Drie vragen die de afsluiting maken:

  1. Wat ga jij nu doen? (concrete actie, in eerste persoon)
  2. Wanneer? (deadline, hoe klein ook)
  3. Hoe merken we of het gewerkt heeft? (evaluatiecriterium)

Zonder deze drie is het gesprek een pauze, geen interventie. Met deze drie krijgt de ander eigenaarschap: hij verlaat het gesprek met een handeling die van hem is, niet van jou.

Waarschuwing. Weersta de neiging om die drie vragen voor de ander in te vullen. "Ga jij dan morgen dat gesprek voeren" haalt precies het eigenaarschap weer weg dat je zojuist had opgebouwd.

Waarom "de basics"?

De titel is welbewust gekozen. Konjanan en Rumph plaatsen dit boek bewust vóór de methodische verdieping. Wie De bekendste methodieken voor no-nonsense coachen leest zonder de basishouding, gebruikt technieken zonder fundament. Wie de basishouding beheerst, kan later kiezen welke methodiek erbij past.

Dat is een didactische keuze die het boek zijn eigen positie geeft. Andere coachboeken beginnen vaak bij een model (GROW, TA, ACT). Dit boek begint bij hoe je in een gesprek staat. Pas als dat op orde is, wordt gereedschap functioneel.

Vier scenario's: hoe het boek in de praktijk werkt

Scenario 1: de medewerker die overwerkt

Een teamlid werkt structureel langer door dan afgesproken, mist deadlines door vermoeidheid, en wordt kortaf richting collega's.

Waar het misgaat (klassieke aanpak). Je opent met "je moet echt minder overwerken" of "hoe kan ik je helpen?". Beide zetten jou in de oplossingsstand.

De coachende aanpak. Je benoemt het patroon: "Wat me opvalt is dat je de laatste weken bijna elke avond doorwerkt. Wat maakt dat?" Je luistert langer dan comfortabel is. Je vraagt door zonder te ondervragen. Je laat de ander tot een eigen inzicht komen over wat hem drijft, en pas daarna vraag je: "Wat ga je hieraan doen?"

Grote kans dat het antwoord anders is dan wat jij zelf had bedacht, en dat maakt het levensvatbaar.

Scenario 2: het functioneringsgesprek dat niets oplevert

Je hebt tweemaal per jaar een gesprek met elk teamlid. Meestal gezellig, af en toe ongemakkelijk, zelden veranderend.

Valkuil. Je bereidt punten voor die je wilt zeggen, benoemt ze, hij knikt, jullie gaan uit elkaar. Niks verandert.

De aanpak. Bereid drie coachende vragen voor in plaats van drie punten. "Waar heb je dit jaar het meest van geleerd?" "Wat heb je nog niet gedurfd?" "Wat zou je willen dat er over een jaar anders is?" Sluit af met "wat ga je nu doen, wanneer, en hoe zien we of het gewerkt heeft".

Het gesprek verschuift van jouw agenda naar zijn agenda, en juist dan blijft er iets van hangen.

Scenario 3: de collega die om advies komt vragen

Een collega loopt je kantoor binnen: "Wat zou jij doen als jouw klant X vroeg?"

Valkuil. Je vertelt wat jij zou doen. Hij knikt, gaat weg, doet het. De volgende keer komt hij weer.

De aanpak. "Wat heb je zelf al bedacht?" is de deur naar coachend werken. Meestal blijkt hij al twee opties in zijn hoofd te hebben. Dan: "Wat spreekt je aan in optie 1, en wat in optie 2?" Nu is hij aan het denken. Jouw rol wordt spiegel, niet oracle.

Kanttekening: bij tijdsdruk of expertise-specifieke vragen is een direct antwoord soms passender. Kies bewust.

Scenario 4: het conflict in het team

Twee teamleden botsen. Ze komen alle drie klagen: de een over de ander, de ander over de een, de derde vindt dat jij iets moet doen.

Valkuil. Je nodigt ze uit voor een gesprek en probeert de vrede te herstellen door tussen hen te bemiddelen.

De aanpak. Voer eerst een individueel coachend gesprek per persoon. "Wat maakt dit voor jou belangrijk?" "Wat zou je willen dat anders is?" "Wat heb je zelf al geprobeerd?" Pas als beide een eigen beweging hebben gemaakt, breng je ze samen. Dan is het gesprek niet meer "jij tegen mij", maar "wij hebben elk een stap te zetten".

Sterke punten

De grootste kracht is de didactische zuinigheid. Waar veel coachboeken je onderwerpen met modellen (GROW, ORID, IKKA, SMART, GROW-nog-een-keer), houdt dit boek het bij het minimum dat werkt. Voor lezers die vaak afhaken bij dikke methodiekboeken is dat pure winst.

Daarnaast maakt het boek expliciet wat elders vaak impliciet blijft: het onderscheid tussen helpen, adviseren en coachen. Alleen al die begripsscheiding maakt dat je in je volgende gesprek anders staat, ook zonder verdere training.

Praktisch sterk zijn ook de voorbeelden. Ze komen uit management- en teamsituaties, niet uit therapeutische settings. Voor de doelgroep, mensen die in organisaties werken en gesprekken voeren, is dat het verschil tussen bruikbaar en interessant-maar-abstract.

Zwakke punten

Wie de eerdere no-nonsense-titels van De Jong en Rumph al kent, zal in de basics weinig conceptueel nieuws vinden. De kracht zit in de vereenvoudiging voor een nieuwe doelgroep, niet in vernieuwing.

Verder gaat de nadruk op houding hier en daar ten koste van gespreksstructuur. Voor lezers die willen weten "wat zeg ik precies in stap 1, 2, 3" is dit boek soms te lichtvoetig. Modellen als GROW of het IKKA-model worden aangestipt maar niet uitgewerkt.

Tot slot: coaching in complexe teamdynamieken, coaching onder tijdsdruk (denk aan crisismomenten) en coaching over hiërarchische lagen heen krijgen weinig aandacht. Voor die situaties zijn andere boeken sterker.

Vergelijking met andere coachboeken

The Coaching Habit van Michael Bungay Stanier is de internationale evenknie: zeven vragen, kort en krachtig. Bungay Stanier is directiever ("stop met adviseren, stel deze vraag"), Konjanan en Rumph zijn genuanceerder over wanneer coachen wel of niet passend is.

Coachen met collega's van Yvonne Burger ligt in vergelijkbare geest maar met meer aandacht voor de Nederlandse organisatiecontext en collegiale intervisie. Complementair aan de basics, niet vervangend.

Voor wie de methodische verdieping zoekt na deze basics: het eerdere De bekendste methodieken voor no-nonsense coachen van De Jong en Rumph behandelt ACT, TA, NLP, systemisch werk, Voice Dialogue en oplossingsgericht coachen in één band. Dat is de logische vervolgstap.

En de link met Van doel naar deal van Masselink en Van Rossum ligt in de houding: beide boeken maken van "regie over jezelf" een expliciete vaardigheid. De onderhandelaar herkent zijn eigen reactie, de coach herkent zijn eigen oplossingsdrang. Dezelfde onderliggende vaardigheid, andere gesprekssituatie.

Mijn oordeel

No-nonsense coaching, de basics is geen boek dat de coachliteratuur op zijn kop zet. Het hoeft dat ook niet. Wat Konjanan en Rumph hebben gedaan, is bescheidener en waardevoller: ze hebben coachvaardigheden gestript tot de basisvaardigheden die iedereen die gesprekken voert kan leren, en die in een middag te doorgronden zijn.

De grootste verdienste is dat het boek coaching demystificeert. Het is geen kunst voor een handvol gecertificeerde professionals. Het is een set gespreksvaardigheden waarmee elke leidinggevende zijn medewerkers beter kan laten denken en handelen. En omdat het boek klein blijft, is de drempel laag genoeg om hem echt te overwinnen.

De beperkingen zijn eerlijk te benoemen. Voor coaches met een gedegen opleiding is dit boek niet meer dan een frisse basisopfrissing. Voor complexe interventies, teamdynamiek of therapeutische diepgang zijn andere werken sterker. En de nadruk op houding kan lezers die concrete gespreksscripts zoeken teleurstellen.

Koop dit boek als…

  • Je leidinggevende bent en merkt dat je te vaak in de oplos-modus schiet
  • Je gesprekken voert waarin de ander verantwoordelijkheid mag nemen
  • Je een compact naslagwerk wilt over gespreksbasishouding
  • Je een team wilt trainen op een gemeenschappelijke coachbasis
  • Je voelt dat je "goed luisteren" nog niet hetzelfde is als "coachend gesprek"

Sla dit boek over als…

  • Je al gecertificeerd coach bent met een gedegen opleiding
  • Je een diepgaand methodisch werk zoekt over TA, ACT of systemisch coachen
  • Je vooral tactische scripts voor lastige gesprekken zoekt
  • Je hoofdzakelijk in complexe team- of crisissituaties werkt

Eindscore

Criterium Score
Praktische toepasbaarheid 9/10
Leesbaarheid 9/10
Originaliteit 6/10
Geschikt voor beginners 9/10
Algeheel oordeel 8/10

Een aanrader voor het brede middensegment van leidinggevenden, HR-professionals en projectleiders die hun gespreksvaardigheid serieus willen nemen zonder een coachopleiding te beginnen. Voor de prijs van een goedkope trainingsdag krijg je een houding die je in elk gesprek de rest van je carrière kunt gebruiken.

Transparantie: Deze bespreking is geschreven op basis van publiek beschikbare uitgeversinformatie, recensies bij verschijning, achtergrond van de auteurs (NONONS, eerdere no-nonsense-titels) en de coachprincipes waarop het boek expliciet leunt. Concepten als "de aap op de schouder", het onderscheid tussen helpen/adviseren/coachen en de volwassen gespreksdriehoek (stevig, empathisch, gelijkwaardig) zijn aan de no-nonsense-reeks toe te schrijven; uitgewerkte oefeningen, scenario's en de zeven-lessen-structuur zijn onze eigen vertaling van de principes naar de praktijk.

Wel geschikt voor

  • : Managers die medewerkers willen laten groeien zonder alles zelf op te lossen
  • : Leidinggevenden die worstelen met de valkuil van te veel helpen of adviseren
  • : HR- en L&D-professionals die coachende gesprekken tot standaard willen maken
  • : Teamleiders en projectleiders die zonder formele hiërarchie moeten sturen
  • : Beginnende coaches en trainers die een stevige, praktische basis zoeken

Minder geschikt voor

  • : Ervaren coaches met een gedegen opleiding in ACT, TA, NLP of systemisch werk
  • : Lezers die een diepgaand methodisch werk over coachpsychologie zoeken
  • : Wie liever een tactisch handboek voor lastige gesprekken heeft dan een houdingsboek

Sterke punten

  • + Compact en toegankelijk: 176 pagina's die de essentie zonder franje behandelen
  • + Praktische oefeningen en herkenbare voorbeelden bij elk hoofdstuk
  • + Legt expliciet het onderscheid uit tussen helpen, adviseren en écht coachen
  • + Werkt vanuit een 'volwassen' gespreksattitude, niet vanuit trucjes

Zwakke punten

  • Voor lezers die de eerdere no-nonsense-titels van De Jong en Rumph al kennen weinig conceptueel nieuws
  • Nadruk op houding gaat af en toe ten koste van concrete gespreksstructuren
  • Weinig aandacht voor coaching in complexe teamdynamieken of onder tijdsdruk

Vergelijkbare boeken

Veelgestelde vragen

Moet ik hiervoor coach zijn?
Nee, integendeel. Het boek is expliciet geschreven voor iedereen die gesprekken voert waarin de ander verantwoordelijkheid mag nemen: managers, teamleiders, projectleiders, HR-adviseurs, ouders zelfs. De basisvaardigheden zijn universeel.
Wat is het verschil met het oudere No-nonsense coaching van Anne de Jong?
Het oudere boek richt zich op coaches en gaat dieper op methodieken en interventies in. De basics zoomt uit naar de gesprekshouding en de basisvaardigheden, en is daarom bruikbaar voor lezers die zichzelf niet als coach zien maar wel coachend willen werken.
Hoeveel tijd kost het om het boek te lezen?
176 pagina's, vlot geschreven, de meeste lezers doen er twee tot drie avonden over. De waarde komt vooral als je één vaardigheid tegelijk oefent, één week luisteren, één week doorvragen, en dat naast het lezen doet.
Werkt dit ook als ik zelf sturend of oplossingsgericht ben ingesteld?
Juist dan. Het boek erkent dat de meeste leidinggevenden van nature helpen of adviseren en biedt concrete manieren om die reflex te herkennen en tijdelijk te parkeren. Je hoeft niet je hele stijl te veranderen, wel te weten wanneer je welke modus kiest.
Is dit boek geschikt voor teamcoaching of alleen 1-op-1?
De focus ligt op individuele gesprekken. De houdingsprincipes zijn ook bruikbaar in teamsetting, maar voor teamdynamiek, groepsinterventies en systemisch werk zijn andere boeken sterker.
Wat als de ander niet gecoacht wil worden?
Dat is een terechte grens, en het boek benoemt dit expliciet. Coachend werken vraagt bereidheid van de ander om zelf na te denken. Bij onwil of onmacht is een directief gesprek soms passender, mits je bewust die keuze maakt in plaats van in de reflex te schieten.
Kan ik dit boek gebruiken naast een coachopleiding?
Ja, prima als naslagwerk voor de basis. Voor de methodische diepte, zoals ACT, TA of oplossingsgericht coachen, is het vervolgboek van De Jong en Rumph over de bekendste coachmethodieken een logische stap na de basics.

Lees ook

Cover van Supercommunicators

Supercommunicators

Charles Duhigg

Charles Duhigg, Pulitzerprijswinnaar en auteur van Macht der gewoonte, gaat op zoek naar wat 'supercommunicators' anders doen in alledaagse gesprekken. Zijn antwoord: ze achterhalen razendsnel welk gesprek er werkelijk gevoerd wordt, praktisch, emotioneel of sociaal, en stemmen hun reactie daarop af. Geen retorische trucs of charismatische tactieken, maar een leerbare set vaardigheden die elke manager direct kan toepassen op moeilijke één-op-één gesprekken, beoordelingsgesprekken, conflictbemiddeling en MT-vergaderingen.

Ook over communicatie en persoonlijke ontwikkeling

Vergelijk de twee →

Cover van Van doel naar deal

Van doel naar deal

Tim Masselink & Maarten van Rossum

Van doel naar deal is een compact en praktisch onderhandelboek dat de Harvard-onderhandelmethode vertaalt naar dagelijkse situaties: salaris, samenwerking, commerciële afspraken en interne besluitvorming. De kern: begin niet bij de deal, maar bij je doel, en houd regie over jezelf voordat je regie neemt over het gesprek.

Ook over communicatie en leiderschap

Vergelijk de twee →

The Next Conversation

Jefferson Fisher

Jefferson Fisher is een Texaanse advocaat die jarenlang in rechtszalen onderhandelde en op social media uitgroeide tot een van de meest gevolgde communicatiestemmen ter wereld. Zijn debuut bundelt wat hij in de praktijk leerde tot vijf gewoontes voor elk lastig gesprek: thuis, op werk, met klanten, in conflict. De kern: je wint geen gesprek door harder te praten, maar door eerst jezelf onder controle te krijgen en daarna de ander serieus te nemen.

Ook over communicatie en persoonlijke ontwikkeling

Vergelijk de twee →

Hoe werk je met (bijna) iedereen

Michael Bungay Stanier

Hoe werk je met (bijna) iedereen is een compact en radicaal-praktisch boek dat een oude waarheid tot systeem maakt: goede werkrelaties komen niet vanzelf, ze worden ontworpen. Bungay Stanier levert één gesprek en vijf vragen die je vooraf met een nieuwe collega, klant of leidinggevende voert, en die daarna keer op keer meer opleveren dan de gebruikelijke koffieafspraken en jaargesprekken bij elkaar.

Ook over communicatie en persoonlijke ontwikkeling

Vergelijk de twee →